Inloggen
Weblog fotoboeken van gooilander   
_

Best beoordeelde foto's


_



Alle reacties


Gooilander08 nov 2013 14:03
In de Gooi en Eemlander van 27-12-1939 staat een uitgebreid verslag van de vergadering van Stad en Lande van Gooiland. Het kopje luidde: DE MEENING ONDER DE BOEREN IS VERDEELD.

De heer Van Nispen meende , dat door den zee-oorlog de levering van krachtvoer uit het buitenland wel eens helemaal stop zou kunnen staan . Nu meent spr., dat het voor de boeren beter is minder vee ( met beperkte schaar ) te houden te hebben met krachtvoer dan veel zonder krachtvoer. Daarom is spr. Voor de aanschaf van twee machines.

Burgemeester Van Nispen, vergat dat ook tijdens WO I olie als brandstof zeer schaars was. Inmiddels reden er in 1939 meer auto’s dan in 1918 . Hoe naïf was deze burgemeester.

In 1943 werd de grasdrogerij tot ca. 1946 stilgelegd door gebrek aan brandstof. Een aantal jaren later werd de drogerij voorgoed gesloten.
































In de Gooi en Eemlander van 27-12-1939 staat een uitgebreid verslag van de vergadering van Stad en Lande van Gooiland. Het kopje luidde: DE MEENING ONDER DE BOEREN IS VERDEELD.

De heer Van Nispen meende , dat door den zee-oorlog de levering van krachtvoer uit het buitenland wel eens helemaal stop zou kunnen staan . Nu meent spr., dat het voor de boeren beter is minder vee ( met beperkte schaar ) te houden te hebben met krachtvoer dan veel zonder krachtvoer. Daarom is spr. Voor de aanschaf van twee machines.

Burgemeester Van Nispen, vergat dat ook tijdens WO I olie als brandstof zeer schaars was. Inmiddels reden er in 1939 meer auto’s dan in 1918 . Hoe naïf was deze burgemeester.

In 1943 werd de grasdrogerij tot ca. 1946 stilgelegd door gebrek aan brandstof. Een aantal jaren later werd de drogerij voorgoed gesloten.




























In de Gooi en Eemlander van 27-12-1939 staat een uitgebreid verslag van de vergadering van Stad en Lande van Gooiland. Het kopje luidde: DE MEENING ONDER DE BOEREN IS VERDEELD.

De heer Van Nispen meende , dat door den zee-oorlog de levering van krachtvoer uit het buitenland wel eens helemaal stop zou kunnen staan . Nu meent spr., dat het voor de boeren beter is minder vee ( met beperkte schaar ) te houden te hebben met krachtvoer dan veel zonder krachtvoer. Daarom is spr. Voor de aanschaf van twee machines.

Burgemeester Van Nispen, vergat dat ook tijdens WO I olie als brandstof zeer schaars was. Inmiddels reden er in 1939 meer auto’s dan in 1918 . Hoe naïf was deze burgemeester.

In 1943 werd de grasdrogerij tot ca. 1946 stilgelegd door gebrek aan brandstof. Een aantal jaren later werd de drogerij voorgoed gesloten.
































In de Gooi en Eemlander van 27-12-1939 staat een uitgebreid verslag van de vergadering van Stad en Lande van Gooiland. Het kopje luidde: DE MEENING ONDER DE BOEREN IS VERDEELD.

De heer Van Nispen meende , dat door den zee-oorlog de levering van krachtvoer uit het buitenland wel eens helemaal stop zou kunnen staan . Nu meent spr., dat het voor de boeren beter is minder vee ( met beperkte schaar ) te houden te hebben met krachtvoer dan veel zonder krachtvoer. Daarom is spr. Voor de aanschaf van twee machines.

Burgemeester Van Nispen, vergat dat ook tijdens WO I olie als brandstof zeer schaars was. Inmiddels reden er in 1939 meer auto’s dan in 1918 . Hoe naïf was deze burgemeester.

In 1943 werd de grasdrogerij tot ca. 1946 stilgelegd door gebrek aan brandstof. Een aantal jaren later werd de drogerij voorgoed gesloten.







































  Foto en reacties bekijken


Gooilander08 nov 2013 13:57
JACHT IN GOOILAND
Tuesday, April 29, 2008


Posted by Picasa Warande Wolfscamer en Rijsberghe bij het dorp Huijsen (1723)

# posted by paradijsje @ 6:53 AM 1 comments


Posted by Picasa Warande Wolfscamer en Rijsberghe bij het dorp Huysen (1709)

# posted by paradijsje @ 6:38 AM 0 comments


Posted by Picasa Perceelnummer en oppervlakte van Warande Wolfscamer en Rijsberghe

# posted by paradijsje @ 6:37 AM 0 comments
Friday, August 11, 2006

JACHTRECHT VAN DE ERFGOOIERS
______________________________________________ ____
Gooise Waranden
In 1614 vaardigde P.C. Hooft als Baljuw van Gooiland een plakkaat uit over de jacht in de Gooise Waranden. Op deze zogenaamde ’wildernissen’ en jachtvelden hadden de Erfgooiers het vruchtgebruik. Op de landkaart van 1708 staat de Warande Rijsbergen als zo danig aangegeven. Deze Warande lag ten oosten van het dorp Huizen en grensde bij het Slot Ruysdael aan de Bouwvenen. De Erfgooiers vonden eeuwenlang dat het jachtrecht ook tot hun gebruiksrechten behoorden. De Baljuw had echter de jacht verpacht aan buitenstaanders. De boeren hadden met grote regelmaat last van konijnenplagen. De akkers waren schraal en bracht weinig op. Aangezien de konijnen een groot deel van de oogst opaten, vond men het schadelijk wild. Bovendien vormde af en toe een konijnenboutje een noodzakelijke aanvulling op het hongermenu. De personen die de jacht hadden gepacht jaagden daar voor hun plezier.
Het plakkaat van Hooft schoot de Gooise bewoners in het verkeerde keelgat. In de zogenaamde Gouden Eeuw hadden de machthebbers geen enkel sociaal gevoel. Wie voor een duit geboren was mocht voor deze uitbuiters zijn leven geven als soldaat of VOC schepeling. Logisch dat de machteloze plattelandsbevolking niet veel beter werd behandeld.
Hooft had ter handhaving van de plezierjacht op de Warande Rijsbergen een duinhuis laten bouwen. Twee jachtopzieners , zogenaamde duinmeiers, waren aldaar aanwezig om toezicht te houden. Inmiddels was in de directe omgeving de nood hoog gestegen. Na enkele botsingen tussen duinmeiers en individuele Gooiers , kwamen de laatsten openlijk in verzet.
In de nacht van 3 maart op 4 maart werd het Duinhuis met daarin twee duinmeiers door Erfgooiers overvallen. De groep bestond uit 25 man. Ze waren niet alleen bewapend met pieken. Er waren erbij met jachtroeren schietklaar met brandende lonten. De duinmeiers, Bastiaen Cornelissen en Jan Gerritsen, werden met de dood bedreigd als het Duinhuis niet geopend werd. De schuiframen werden met geweld opengeslagen waar na men met pieken naar binnen stak. Het dak werd met stokken en stenen bewerkt en op allerlei manieren belaagden men de kansloze jachtopzieners. Ze dreigden hen te doden wanneer zij niet naar buiten kwamen. Hun leven zou gespaard worden indien zij vrijwillig naar buiten zouden komen. De arme drommels ontvluchtten het Duinhuis, maar tegen de belofte in stak men met pieken op hen in. Om het vege lijf te redden moesten zij zich weer in het huis terugtrekken. Weer werden er beloften gedaan en uiteindelijk konden de duinmeiers ontkomen, met hun bed en andere eigendommen. De aanvallers hadden zich inmiddels, om niet herkend te worden, verstopt achter een dijkje
De Duinmeiers brachten hun eigendommen in veiligheid in het dorp Huizen. Direct gingen zij terug om hun netten en fretten op te halen, de meeste goederen bleken nog aanwezig te zijn. Ze brachten de nacht door in het dorp Huizen en in de ochtend keerden ze terug naar het Duinhuis en ontdekten dat er in de nacht brand was gesticht.
Op 14 maart werden de duinmeiers aan een verhoor onderworpen en gevraagd naar de namen van de aanvallers. Hun verklaring werd opgetekend door de Amsterdamse notaris Jan Fransz Bruijningh. Bastiaen Cornelisse verklaarde dat hij sinds kort in de omgeving woonde. Gijsberth Pietersen zei wijselijk dat hij in het donker niemand had herkend, vooral omdat de booswichten zich achter een dijkje verstopt hadden. Wel sprak hij het vermoeden uit dat hij aan de spraak een zekere Elbert had herkend.
Deze man, buurmeester van Huizen, bleek na de nachtelijke overval een gat in zijn hoofd te hebben. Waarschijnlijk getroffen door dakpannen die men van het dak had af gestoten.
Het signalement van Elbert luidde: Een veertiger, klein van stuk met een smal gezicht en bruine haren. Hij woonde schuin tegenover de herbergier Lambert van Asten. Volgens Gijsberth had een tweede buurmeester hem op zondag 4 maart gewaarschuwd het Duinhuis te verlaten, hem was ter ore gekomen dat dorpelingen het wilden afbreken. Gijsberth voelde zich die maandag 5 maart blijkbaar veiliger in Eemnes. Daar hij vernam hij dat het Duinhuis in de brand was gestoken. Toen hij polshoogte nam bleek alles te zijn afgebrand.

Konijnen van Oranje
De Staten van Holland gaven op 18 januari 1675 de jacht in Gooiland aan stadhouder Willem III. Voor de Erfgooiers was het nu onmogelijk geworden om hun oogst tegen het schadelijk wild te beschermen. Na het overlijden van de koning/stadhouder ging het jachtrecht over op stadhouder Willem IV en vervolgens in 1751 op zijn weduwe Anna van Hannover. Zij was de dochter van de Britse koning George II. In het jaar 1753 dreigde de oogst in ’t Gooi door de konijnenplaag te mislukken. Tijdens een erfgooiersvergadering viel het volgende besluit:
"Alzoo Mevrouw de prinses van Oranje thans op Soestdijk was, wierd voorgestelt hare Koninklijke Hoogheid request te presenteren op klagten door de ingezetenen gedaan, wegens de schade door de konijnen en kraaijen aan het koorn en hout gedaan wierden, waartoe een parig besloten wierd".
Er werd een onderdanig smeekschrift naar de regentes gestuurd.

"Request van burgemeesters en regeerders der Stad Naarden aan Hare
Koninklijke Hoogheid de prinses douairière van Orange en Nassau,
kroonprinses van Groot Britannien, Gouvernante der Verenigde Nederlanden
namens de bouwlieden van Naarden en Lage Bussum, houdende verzoek tot
vermindering van konijnen teneinde volkomen ruinering van de bouwlanden te
voorkomen".
Het is niet duidelijk of het verzoek is uithaalde. De konijnenplagen bleven de akkers teisteren.


De Gooise burgemeesters hadden de jacht, zonder overleg met de Erfgooiers, overgedragen aan de Oranjes.
Tijdens beroeringen tussen Prinsgezinden en Patriotten plaatste een zekere Jan de Gooijer een opmerking in ’De Politieke Kruyer’ van november 1783. In het patriottische blad protesteerde hij tegen het feit, dat de Erfgooiers niet het recht hadden op hun eigen grond te jagen. Stad en Lande diende in 1788 wederom tevergeefs een request in om in het aloude jachtrecht te worden hersteld. Pas in 1795, onder invloed van de democratische omwenteling, werd Stad en Lande door de Vergadering van de Provisionele Representanten in haar oude recht hersteld. De regering van de Bataafse Republiek ontnam een jaar later het jachtrecht weer.
De kwestie werd in 1899 nogmaals actueel, nadat de Erfgooier en beroepsjager Harmen Vos een haas schoot op erfgooiersgrond.
De actie van H. Vos leidde uiteindelijk tot de Erfgooierswet van 1912.
---------------------------------------------- ----------------------------------------------
Bron:
-- Acte notaris Jan Fransz Bruijning :
Gem. Oud Archief Amsterdam, Notarieel Archief no 200/70 , fol. 26r - 27v (blauw fol. 158r-159v)
-- Archief Stad en Lande van Gooiland (inventaris tot 2006) : Rubriek 14: Jacht en Visserij
-- Gecomb. Gooische Bladen 28 mei 1942 - Larense toestanden in vroeger tijden - door Mr. Aafke Meilink.
______________________________________________ ____________________
F.J.J. de Gooijer
http://gooijer.netfirms.com/
http://gooijer.nl.jouwpagina.nl/

Voor afbeeldingen en foto's, zie:
http://gooiland.vijftigplusser.nl/





Gratis website teller
Labels: Gooise geschiedenis


# posted by paradijsje @ 6:41 AM 1 comments
This page is powered by Blogger. Isn't yours?

About Me
My Photo
Name: paradijsje
Location: Naarden, Noord Holland, Netherlands
View my complete profile


  Foto en reacties bekijken


Gooilander08 nov 2013 13:49
Floris Vos wordt zeventig (1941)

Wanneer iemand den leeftijd der sterken heeft bereikt, dan mogen zijnverdiensten jegens de gemeenschap, zoo hij die heeft, gereleveerd worden.Floris Vos, die vrijdag 21 November 1941 dien leeftijd bereikt, heeft veleverdiensten jegens de gemeenschap; hij stichtte in het Gooi de eerstemodelboerderij , hij vocht voor de erfgooiers en hun rechten, hij pordeslapende ministers wakker, hij bestormde tollen en hielp ze opruimen entoch ..... men zou bijna kunnen volstaan met zijn naam te vermelden enniet meer. Want die naam is zoo bekend, en de daden die er aan verbondenzijn evenzeer, dat alleen de jongste generatie er verder niets van weet.De ouderen herinneren zich dezen naam zeer goed en in ‘t Gooi kent iederden nog levenskrachtigen “baas van Modelboerderij Oud Bussem” met zijn typische Grijzen hoed. Hoe Floris Vos in ‘t Gooi kwam, heeft hij ons indertijd zelfverteld.
“In 1902 keerde ik naar dit land mijner voorvaderen terug.Van mijn jongste jaren af had ik veel lust in ontginningen; ik was op hetgymnasium geweest , doch het zittend leven was niets voor mij. We woondenin Utrecht. Mijn vader wilde dat ik hem in zijn dokterspraktijk konopvolgen, althans een academische vorming zou genieten. Maar met eenbezorgd hart zag hij me al op zeer jeugdigen leeftijd naar Hongarijevertrekken. Na verder nog eenigen tijd in het buitenland te hebbengezworven, vestigde ik een klein landbouwbedrijf op de Veluwe. Hiervoorwas geen voldoende afzet te vinden en na 10 jaren kwam ik naar ‘t Gooi.Dat was zooals gezegd in 1902.Ik had met v. Woensel Kooy het Bosch van Bredius gekocht, omhier een modelboerderij op te richten. Ook in dien tijd reisde ik veel inhet buitenland. In 1906 was ik adjunct - commissaris - generaal voorNederland op de Wereld-tentoonstelling te Milaan. Jan Scholte, decommissaris- generaal had n.l. groote moeilijkheden gehad en moest nuiemand hebben met een goed zenuwgestel. Van de Italiaansche regering kreegik het officierskruis in de Kroonorde van Italie, en werd eerelid van hetMuseum van Kunsten en Wetenschappen. Ik heb toen voor het eerst kennisgemaakt met de kleingeestigheid van de Hollandsche regeeringspersonen. Ikwas voorgedragen voor het officierskruis van de Oranje -Nassau, maar dieonderscheiding werd ingehouden, daar ik niet wilde toegeven aan hetministerieel verlangen, mij uit den Erfgooiersstrijd terug te trekken.Ik vond het toen ook niet meer noodig vergunning aan te vragen voor ‘taannemen van de Italiaanse orde, hetgeen wettelijk was voorgeschreven. Deheeren zijn er blijkbaar voor teruggeschrokken een rechtsvervolging in testellen, hoewel ik de orde bij gelegenheid wel droeg”Tot zoover Floris Vos over zijn komst in het Gooi.
Oorspronkelijk stamde hij uit Huizen, waar zijn overgrootvader heelmeesterwas. Over zijn voorvaderen heeft deze militante erfgooier ons indertijdnog interessante bijzonderheden verteld. Het teekent den man, die toen hijvoor de erfgooiersrechten vocht, er niet tegen op zag duizend koeien op demarechaussee af te jagen, als hij vol trots zegt, dat hij van rechtschapenen eenvoudigen menschen stamt. “Daar ben ik trotscher op op, danverwantschap met een of anderen rijken advocaat, die vol streken zit. Ikbegrijp niet, waarom menschen zich zoo uitsloven om familie te zijn vaneen hooge oomme - let maar op, van gewone stervelingen zijn ze niet graagfamilie - of waarom ze moeite doen hun kinderen vooral deftig te doentrouwen. Laat ze zorgen, dat de kinderen flink op eigen beenen leerenstaan “.


Als erfgooier

Als erfgooier zijn de daden van Floris Vos berucht enberoemd geworden en niet eerder eindigde zijn verbeten strijd voor derechten der scharende erfgooiers, dan toen in 1912 de Erfgooierswet totstand kwam.Het was in die jaren van strijd, toen de Gooische gemeentenzich steeds meer land van de oude erfgooiersgemeenschap toe-eigenden;Floris Vos werd de vurige, onverzettelijke en ook handige leider en dat isbij tal van gelegenheden gebleken. Het zou waarlijk heel wat ruimteeischen deze hier weer te geven, de verleiding is te groot, doch er moetzuinig met het papier worden omgesprongen. Een van de hoogtepunten was welhet reeds gereleveerde feit van den veldslag tusschen 1000 koeien en demarechaussee, die de regeering naar de meenten te Blaricum had gezonden.Het was Floris Vos die, om bloedvergieten tusschen de “regeerings-troepen”en de erfgooiers te voorkomen, het legertje koeien op de politietroepenafstuurde; hij heeft er voor in de kerker moeten boeten, doch na 10 jarenstrijd won hij den slag en maakte de Erfgooierswet een einde aan deopenbare verwikkelingen. Floris Vos werd als afgevaardigde van de stadNaarden in het bestuur van Stad en Lande opgenomen, welke functie hijlater vrijwillig heeft neergelegd.


Als tolbestormer
Als tolbestormer maakte hij zich landelijk nog meer naam danals erfgooier. Heel ons land had plezier in dien vurigen kleinen Gooier,die niet met gepraat, doch met daden van leer trok tegen de volkomenouderwetsche verkeersobstakels, waaraan iedereen een hekel had. Zijnbefaamde bestorming van de tol te Muiden werd een keerpunt in detollenhistorie; de autoriteiten in Den Haag waren wakker geschut.Toen Floris Vos in 1929 candidaat werd gesteld voor de TweedeKamer, kozen 40.000 Nederlanders den man, dien zij om zijn eigenvoortvarendheid en frischheid van gedachten respecteerden ! Hij deed ergoed werk, maar zijn frissche spontaniteit belette hem eendoorgefourneerden politicus te worden.Een veelbewogen leven heeft dezen 70-jarige achter de rug. Eneerst de laatste jaren is het rustiger om hem heen geworden. Maar in denstrijd om de erfgooiersrechten is hij een historische figuur, alstollenbestormer niet minder. Een man van een kranig en pittig karakter,die moeilijkheden te lijf wist te gaan; een Nederlander in den besten zinvan dit woord. Die men nu eenmaal moet nemen zoo hij is. En dien wijgaarne vele jaren van goede gezondheid gunnen, al levert hij ons dan ookniet zooveel copy meer als eertijds !

__________________

Afbeeldingen:
___________________________________________

F.J.J. de Gooijer



  Foto en reacties bekijken


Gooilander08 nov 2013 13:40
GOOI EN EEMLANDER 1903: ERFGOOIER DOODGESCHOTEN
Friday, September 29, 2006

ERFGOOIER IN BLARICUM DOODGESCHOTEN
Gooi en Eemlander , Zaterdag 2 Mei 1903
______________________________________________ ______________________
Ternauwernood zijn eenige dagen gepasseerd sedert de wanordelijkheden
aan de Torenlaan, die aan de Torenlaan voorvielen, of een nieuwe gebeurtenis, misschien, ja zeker nog ernstiger, doet de feiten van Tweede Paaschdag (1) haast in de schaduw stellen. Er werd de laatste dagen veel gefluisterd geheimzinnig haast, zou men zeggen, doch men kan uit alles distilleren; de 20 militairen, hier nog steeds aanwezig, blijven niet om de kolonie (2) te beschermen , maar om op te treden bij eventuele moeilijkheden die op de ochtend van den Eerste Mei mochten voorkomen, wanneer de Erfgooiers hun vee naar het zoogenaamde “Harde” brengen. De lezers weten het: er was ongebrand vee, en vee niet gemerkt door, laten wij zeggen de wettige Meentmeesters. Afgesproken was, dat de Vereenigde ontevreden Erfgooiers toch dit vee op de weide brengen. Zekerheid bij het optreden van moeilijkheden kreeg men , toen het Vijfde Bataljon der Infanterie van het Zevende Regiment uit Naarden aankwam met een aantal militairen (57 officieren en minderen) onder bevel van Tweede luitenant Lavoo om zoo noodig assistentie te verlenen. Voor dat dezen evenwel Blaricum bereikt hadden, was aan de Meent reeds een treurig tooneel afgespeeld. Een gedeelte van de in het dorp aanwezige soldaten waren te middernacht op verschillende punten op de grens van de weiden opgesteld, met het bevel om zo nodig met gebruik van vuurwapens allen te weren, die zich met geweld toegang tot de Meent willen verschaffen.
Al heel spoedig kwamen bij het hek aan de z.g. “Drift” (bij Wetrens) een zestal Laarders aan, waaronder de in de Erfgooierskwestie bekende Harmen Vos, J. Majoor en ook een zekere H. Smit Czn. Men had het vee bij zich en wilde dit door het hek voeren, dat evenwel gesloten was en voor vernieling werd behoed door de daar twee aanwezige militairen. Nu deed men zooals afgesproken was, men trok en groef aan de zooden van de Dijk (3)
Er wordt gewaarschuwd, twee maal in de lucht geschoten, doch het werk wordt niet gestaakt. Er klinkt zelfs “Schiet toch niet”, helaas, een schot valt, gaat rakelings langs J. Majoor en treft den armen H. Smit. , een brave oppassende 22-jarige jongeling in het onderlijf, even boven de heup. Kermend valt hij neer. De militairen verwijderen zich, maar keeren zich circa twintig minuten later met een getal van acht naar de plaats des onheils terug. Inmiddels zijn de andere aanwezigen toegesneld en zien, hoe ernstig hun dorpsgenoot gekwetst is, die hoewel misschien voortvarend, toch mede gestreden heeft voor zijn goed recht, zijn Erfgooiersrecht, om de grond, zijn eigendom. Men begeeft zich naar de dichtstbijzijnde woning, die van de nachtwacht “A” , teneinde een kruiwagen te verschaffen, om daarop de getroffene naar diezelfde woning te vervoeren, waar men voor hem een zacht leger of tenminste een vriendelijk onderkomen, een troostend woord, zo niet van zijn moeder, dan toch van een vrouw, die zich de smart van deze kan voorstellen. Doch ...... men wordt niet binnengelaten. De in aller ijl ontboden Eerwaarde Heer Pastoor, voorzien van de genademiddelen der Kerk, koestert aanvankelijk nog hoop, hem nog onder zijn dak te kunnen sterken op zijn reis naar de Eeuwigheid. Vrezende evenwel, dat de ongelukkige onder de smartende pijnen zal bezwijken, heeft die toediening plaats in de open lucht. Troostvol en versterkt als vergeten zijn ondraaglijke pijn, wordt de bijna stervende naar de Pastorie vervoerd, waar hij op een inderhaast gereedgemaakt leger wordt nedergelegd, om omstreeks half vier onder de hevigste pijnen de geest te geven.
Wie schetst ons de verslagenheid der arme moeder, de diepe droefheid der overige familieleden en van zijn vele kennissen en vrienden ? Gisteren, Vrijdagmiddag, gingen de Meentmeesters, op last hunner autoriteiten, van hier en Laren, naar de Meent om zich ervan te overtuigen, dat er vee op liep, dat niet door de Meentmeesters, benoemd door de Gemeenteraad, gemerkt is. Des ochtends reeds, had K.B. van hier en J.M. uit Laren zich naar de Officier van Justitie te Amsterdam begeven, maar kregen weinig inlichtingen. Alleen bleek hun, dat de behandeling van het gebeurde behoorde bij Zijne Excellentie de Commissaris der Koningin in de Provincie Noord Holland.
Deze arriveerde des Avonds te Half Acht, vanuit Hilversum in onze Gemeente, na onderweg te Laren een langdurig onderhoud met den Burgemeester aldaar te hebben gehad. Nadat Zijne Excellentie eveneens met onze Burgemeester geconfereerd had, begaven beiden zich naar de plaats des onheil om een en ander in oogenschouw te nemen. Tenslotte keerde de Commissaris der Koningin over Hilversum naar Haarlem terug. Uit vrees voor wanordelijkheden, en vijandigheden der bevolking jegens de Burgemeester van Blaricum, de Heer Hosang, is heden nacht diens woning aan de vier hoeken bewaakt geworden door vier Infanteristen. Ook heden nog blijft een post van twee militairen voor zijn huis de wacht houden.
Geheel Blaricum, zowel als het naburige Laren is onder de indruk van het treurige feit. En als er misschien zijn, die het gewelddadig optreden der Erfgooiers afkeurden, klopt aller hart van medelijden, een diep medelijden. Aan wien hier de schuld? Voor zeker niet aan de militair, Soeterman, die het noodlottige schot loste, immers hij volbracht slechts het hem gegeven bevel, evenmin aan de Sergeant, die de wijze van optreden der minderen voorschreef. Geheel de bevolking is ontstemd en bij ieder dringt als vanzelf de vragen op: “Mag dat alles zo maar?” Waar was de aanwezige autoriteit, de politie, die, als men misdeed, had kunnen verbaliseren, en desnoods gevangen nemen? Op wiens bevel werd hier geschoten? Waar sedert jaar en dag de Erfgooierskwestie hangende is, waar de Rechtbank in dit ingewikkeld en moeilijk vraagstuk schijnt te aarzelen met haar uitspraak, moet daar nu zo opeens met geweld van wapenen worden ingegrepen? Het geval van Smit, die doorging met pogen om de Meent op te gaan, niettegenstaande hij herhaaldelijk met een schot in de lucht bedreigd werd, bewijst, evenals het geval van het Rotterdamsche slachtoffer der jongste staking, dat ons Nederlandse volk een dergelijk optreden volstrekt niet gewend is. Het schijnt zich de mogelijk niet te kunnen begrijpen, dat zulks wel wat Russische manieren ook hier te lande wel nodig zijn. Het gebeurde is voorzeker ook een donkere bladzijde in de Erfgooiersgeschiedenis, de enige misschien met bloed beschrevene. Laten we hopen, dat nu tenminste deze zo onaangename kwestie opgelost wordt.
______________________________________________ _____________
(1) Moeilijkheden die verband hielden met de Spoorwegstaking van 1903.
(2) De Kolonie van de Internationale Broederschap te Blaricum.
Auteur: Boersen, W.J.L. Maria Uitg. Historische Kring Blaricum
(3) Rond de Meent lag een zogenaamde koedijk. Deze bestond uit opgestapelde plaggen met aan de meentzijde een smalle geul. In dit hooggelegen terrein had de koedijk de functie van scheiding tussen het weidegebied en het landbouw gebied. Een droge sloot hield het vee niet ‘binnen’ en het prikkeldraad hadden de Britten pas kort tevoren uitgevonden t.b.v. hun concentratiekampen in Zuid Afrika. De ‘opstand’ van de erfgooiers is zo goed als zeker beïnvloed door de sympathie en de euforie die in Nederland heerste met de Boeren in Zuid Afrika.
---------------------------------------------- ---------------------------------------
F.J.J. de Gooijer
gooijerfjj@hotmail.com
http://gooijer.nl.jouwpagina.nl/
Stad en Lande Archief op internet
Voor afbeeldingen en foto's, zie:
http://gooiland.vijftigplusser.nl

WEBLOG FOTOBOEK: ERFGOOIERS
______________________________________________ ________
Gratis website teller
Labels: Gooise geschiedenis


# posted by gooilander @ 10:01 AM 0 comments
This page is powered by Blogger. Isn't yours?

About Me
My Photo
Name: gooilander
Location: Naarden, Gooiland, Netherlands
View my complete profile


  Foto en reacties bekijken


Gooilander08 nov 2013 13:30
GOOILAND TOPO MAPS
Tuesday, March 13, 2012


Posted by Picasa
Baljuwschap van Gooyland (1750)
( Startpagina: Geschiedenis van Gooiland en de Erfgooiers )

# posted by gooilander @ 5:55 AM 0 comments


Posted by Picasa
Baljuwschap van Gooyland (1750)

# posted by gooilander @ 5:52 AM 0 comments
Sunday, October 23, 2011


Posted by Picasa
Laaren op de Gooilandkaart van ca. 1730

# posted by gooilander @ 11:26 AM 0 comments
Monday, July 04, 2011


Posted by Picasa
GOOILAND TOPO MAPS
GOOILAND KAARTEN

# posted by gooilander @ 1:33 PM 0 comments
Thursday, September 25, 2008


Posted by Picasa Gooiland kaart van de gebr. Ottens (ca. 1725-1740)

# posted by gooilander @ 6:14 AM 0 comments


Posted by Picasa Cartouche - Kaart GOOILANDT opgedragen aan Hendrick Bicker

# posted by gooilander @ 6:12 AM 0 comments
Tuesday, September 02, 2008


Posted by Picasa Goylandt met de Nieuwe Limiet- schijding tussen Goylandt en het Sticht van Utrecht .
( Walraven - 1723)

# posted by gooilander @ 10:17 AM 0 comments


Posted by Picasa 's Graveland 1723

# posted by gooilander @ 10:14 AM 0 comments
Sunday, March 30, 2008


Naarden 1723
Posted by Picasa

# posted by gooilander @ 5:27 AM 0 comments


Bussum 1723
Posted by Picasa

# posted by gooilander @ 5:25 AM 0 comments


Blaricum en Laaren 1723
Posted by Picasa

# posted by gooilander @ 5:24 AM 0 comments


Huijsen 1723
Posted by Picasa

# posted by gooilander @ 5:23 AM 0 comments


Hilversum 1723
Posted by Picasa

# posted by gooilander @ 5:22 AM 0 comments
Friday, September 24, 2004

GOOILANDKAARTEN - GOOILAND MAPS
LANDKAARTEN VAN 'T GOOI

Kartering van 't Gooi
Begin 18e eeuw bestonden er een aantal landkaarten van Gooiland. (1) Deze waren echter niet erg nauwkeurig. Na voorafgaande kartering werd in 1709 de eerste redelijk op schaal vervaardigde kaart getekend.(2) Een aantal jaren later kwam er een verbeterde versie (3) van uit. Van de eerste twee kaarten werden slechts enkele exemplaren gemaakt. Kort daarna verscheen er een derde kaart en wel in gedrukte uitvoering. Aan de beide eerste kaarten ging een geschiedenis vooraf. De eerste werd vervaardigd in opdracht van de Gooise stads- en dorpsbestuur­ders. Ze werden daartoe gedwongen door de gewestelijke overheid. Tussen het lokale bestuur en de eigenaar van Oud Bussem, Hinloopen, werd een proces over gebruiksrechten gevoerd. (4) De Staten van Holland wilden meer duidelijkheid verkrijgen over het vruchtgebruik van de meenten en heidevelden in het Gooi. De Gooise bestuurders namen aanvankelijk in april 1709 contact op met de landmeter Maurits Walra­ven. Om onduidelijke redenen zag men van hem af en koos men voor landmeter Justus van Broekhuysen.


Landmeters aan het werk
Niet alleen de autoriteiten volgden de kartering van het Gooi op de voet. Ook de bekende Huizer Lambert Rijksz Lustigh legde deze werkzaamheden vast. Volgens Lustigh verrichtte Van Broekhuysen het veldwerk van mei tot en met augustus. De Hilversum­se landmeter Feye Klaasz Boelhouwer assisteerde bij het opme­ten. Boelhouwer was tevens buurmeester van Hilversum; hij werd mogelijk toegevoegd om zijn kennis van de omgeving of om een oogje in het zeil te houden. Dat laatste blijkt uit een vermanende brief van Lustigh aan Boelhouwer:
"Eerw. vrient, dat dient oock om UE te vermanen om dogh sorge te dragen,
dat gij beneffens Justus Broeckhuysen die plaatsen van de duynen,
waranden, wildernissen, Goijersbosch etc. niet ruymer meet en beschrijft
als behoort, want dat soude in het toekomende een swaart kunnen sijn om
ons selver daarmede den hals aff te snijden en geheel Goylant dat selver
doen treuren en in benautheijt brengen". (5)
Na de metingen tekende Van Broekhuysen minitieus de 'Caarte van Goyland'. Eind november 1709 ontvingen de Staten van Holland de kaart. (6) Waarschijnlijk had Van Broekhuysen hoofd­zakelijk de erfgooiersgronden opgemeten. Het doel was namelijk om de ligging en grootte van deze terreinen aan te geven. Daarna zal hij bestaande detailkaarten in zijn kaart hebben ingepast. Het zou anders onmogelijk zijn geweest in zo'n korte tijd met primitieve middelen deze omvangrijke klus te klaren. De correspondentie van de Staten van Holland ten behoeve van de opdracht bleef bewaard. Hierin werd met het volgende zinnetje verwezen naar het gebruik van reeds bestaande detail­kaarten: 'Caerten uijt het boek van Kennermerlant (die) raecken 't Goylant, die eenigh gebruyk connen zijn ontrent de Miente'. (7)
De genoemde kaarten waren: 'Naerdermeer', 'De Limytscheydinge tusschen 't Goylant en 't Stight', 't Havervelt' en nog enkele van andere delen van 't Gooi. Verder bestonden er detailkaar­ten van de vesting Naarden en directe omgeving, 's-Graveland, de Muidertrekvaart en verschillende landgoederen.
De hoofdopdracht was echter om 'de Gemeentens (meenten) van Gooiland' op te meten en te tekenen. De dorpen, de Naarder­meer, landgoederen en zelfs de Gooise grenzen zullen bijzaak zijn geweest. Al deze objecten dienden slechts als omlijsting van de erfgooiersgronden.

Uitvoering van de 'Caarte van Goyland'
Dit was de eerste keer, dat het gehele Gooi op redelijke schaal in kaart werd gebracht. Ook werd de uitvoering ver­fraaid, zodat deze (naar gewoonte) als wandversiering kon dienen. Kennelijk was dit de reden om 't Gooi 90 graden te draaien, waardoor de oostgrens boven kwam te liggen. Eeuwen tevoren was deze grens vastgelegd middels de Leeuwenpaal, die duidelijk werd ingetekend. De kerktoren van Naarden had ge­diend als meetbaken en stond als enige toren aangegeven. De Gooise dorpskerken werden niet zichtbaar ingete­kend, wel de omliggen­de woningen en boerderijen. Desondanks plaatste Van Broekhuysen de dorpskernen tamelijk
goed ten opzichte van elkaar. Mogelijk paste hij 'driehoeksmeting' ( toe via de toren van Naarden en de dorpstorens. De plaats van de huisjes, die de dorpen voorstellen, berustte echter bijna zeker op fantasie. Wel verschillen de dorpen in omvang naar gelang het inwonertal. En in het dorp Huizen, waar vooral vissers woon­den, zijn de woningen dichter opeen getekend. In de overige dorpen, overwegend bestaande uit boerenhoeven, lagen ze meer verspreid. De paden in de dorpskernen zijn nauwelijks zichtbaar aangege­ven, wel die in de engen. Ook de ver­bindingswegen zijn duidelijk te zien. Aan de exacte richting en ligging van deze zandpaden zal weinig zorg zijn besteed.
Volgens de opdracht van Stad en Lande moest Van Broekhuysen meten en tekenen: 'Beemden, Moerassen, Weijden, Heijden, Waeranden, Wildernissen, Bosch-houwinge ende Veenen'. (9) Op de kaart kleurde hij de 'Gemeene Weijden' groen en de erfgooiers 'Heijden' lichtbruin. Terreinen, waar Stad en Lande geen vruchtgebruik bezat, bleven wit. De gekleurde percelen voorzag hij van nummers 1 tot en met 37. Rechts op de kaart schreef hij een lijst, waarop ieder perceel stond aangegeven met oppervlakte en toponiem (benaming). De oppervlakte vermeldde hij in Rijnlandse eenheden (1 morgen = 6 hont = 600 roe) Als schaalverdeling was een liniaal met een lengte van 3 1/2 Rijnlandse duim getekend. Het geheel werd opgesierd door een passer, waarbij stond geschreven: 'Schale van 350 roeden'. Op de oorspronkelijke kaart kwam dit overeen met een schaal van circa 1 : 14.400. (10)

Kritiek op de kaart
Na het gereedkomen van de kaart kwam er kritiek uit de verwachte hoek. Hinloopen gaf commentaar en liet de erfgooiers gron­den nameten. Hiervoor koos hij .... Maurits Walraven. Een zinsnede uit een akte luidde: 'Laeten examineren bij Landmeter Maurits Walraven, die tot maeken van zelve (kaart) eerst was aengenomen, dogh weer afgedanckt, heeft mij de zelve Hr. Hinlopen onder andere verseckert'. (11) Of het rancune was of anderszins, Walraven 'ontdekte' 13 percelen, die volgens hem niet goed waren opgemeten. Bovendien waren de oppervlakten niet goed opgeteld. Tevens vond hij dat de 'Hilversume Weijden' te groot waren en 'het streekt in 't leven (in werkelijkheid) meer zuidoostelijk als op de Caart werd vertoont'. Toen Walraven's verbeterde versie in 1723 gereed kwam, had hij slechts van twee percelen de grootte gewijzigd. Zelfs de werkelijke oppervlakte bleef gelijk, nadat Walraven de optelfout gecorrigeerd had.
Ook Thierens, de secretaris van Stad en Lande, liet zich niet onbetuigd. Hij wees Boelhouwer erop, dat Hinlopen volgens de kaart ten onrechte Een tot anderhalve morgen te veel zou bezitten.


De nieuwe grens tussen Gooiland en het Sticht
Van de kaart uit 1709 maakte Walraven een verbeterde uitvoe­ring. Aan het tot stand komen van deze kaart werd tussen de jaren 1719 en 1723 gewerkt. Voorafgaande aan deze kartering had Walraven samen met Justus van Broekhuysen de oostgrens opnieuw gemeten en getekend. (12) Daarom droeg het nieuwe exemplaar de titel: 'GOYLANDT, met de Nieuwe Limiet-schijding tussen Goijlandt en het Sticht van Utrecht - volgens de Conventie in dato July Ao 1719'. Om de grens voorgoed vast te leggen waren er vanaf de Leeuwen­paal twee en twintig grenspalen geplaatst. De palen 1 tot en met 3 volgden de Gooiersgracht, die al eeuwen tevoren als 'Limiet­schijding' was gegraven. In de grenslijn kwamen enkele knikken voor. Deze stonden van ouds te boek als 'inschinkeling'. (13) Verder waren de palen in zuidelijke richting in de hei geplaatst tot grenspaal 16. Bij dit punt 'alwaar sijn gevonden dreye steenen' (de oorspronkelijke grensstenen) boog de grens naar het westen. Grenspaal 22 verrees als laatste bij de Egelshoek. Zowel de nummers van de palen als de onderlinge afstanden vermeldde Walraven op zijn kaart. Kennelijk kregen de twee rivalen bewust gezamenlijk de opdracht tot de grensmeting. Zo konden zij objectief de belangen van zowel het Gooi als het Sticht dienen. Walraven werd namelijk anno 1690 in Amsterdam als landmeter toegelaten, terwijl Van Broekhuysen zijn aanstelling in 1696 kreeg.

De kaart van Walraven
Oppervlakkig gezien kopieerde Walraven slaafs het werk van zijn voorganger. Gooiland situeerde hij op dezelfde manier. Hij nam de perceelnummering plus de kleuren en de lijst met oppervlakten over. Alleen de grootte van twee percelen paste hij zodanig aan, dat het totaal van de 37 stuks gelijk bleef. Een bewijs hoe 'gezocht' zijn in 1709 gevonden '13 foute percelen' waren. Wel corrigeerde hij de optel fout van Justus van Broekhuysen. Walraven hield ongeveer dezelfde schaal aan, maar duidde deze aan met twee schaalbalkjes. Een van 500 Rijnlandse Roeden en de andere van 500 Gooise Roeden. Oor­spronkelijk was 1 duim op de kaart in werkelijkheid 100 roe oftewel 14400 duim. Na eeuwen krimpen van de kaart bleek dit bij nameting circa 1 : 14800 te zijn.
De kaarten van 1709 en 1723 verschilden echter op belangrijke punten. Allereerst de 'juist' opgemeten oostgrens. Verder de verbeterde aanduiding van de dorpen. Hiervan tekende Walraven slechts de kerktorens en het wegennet van de dorpskernen. Hij paste bijna zeker driehoeksmeting via de torens toe. ( Een vergelijking tussen de ligging van de eeuwenoude kerken met een moderne kaart toonde dit aan. Zowel de onderlinge positie als de afstanden klopten redelijk. Hetzelfde gold ook voor de ligging van de grenspalen, 's-Gravelandse kavels, Hakkelaarsbrug en andere markante punten. Walraven gebruikte dus niet alleen een meetketting, maar ook een kompas.

De kaart van Post

'De Nieuwe kaart van Gooilandt' uitgegeven door de gebroeders Ottens, naar een kopergravure van H. Post, verscheen omstreeks 1740. Dit exemplaar werd opgedragen aan Hendrik Bicker, waar­van aangenomen kan worden dat hij ook de opdrachtgever was. In 1725 liet Bicker op de Tafelberg bij Blaricum een ronde steen plaatsen. (14) Daarop stonden de omliggende nederzettingen en de windstreken gegrift. Deze 'windroos' prijkte dan ook op de kaart. In feite kopieerde Post het werk van Walraven, maar dan op de kleinere schaal 1 : 25000. Hierdoor en door de aparte inzet van de 'Maatlanden' verkreeg hij een handzaam formaat van 51 x 81 cm. Het resultaat was als wandversiering meer geschikt dan voor praktisch nut. Het geheel was voorzien van kleurtjes. Hiermee werd het onderscheid tussen de grondsoorten of gebruik aangegeven. Bijvoorbeeld: weiland - lichtgroen; venen - paars; bossen - donkergroen. Die bossen bevonden zich hoofdzakelijk in de door Post zeer gedetailleerd aangegeven landgoederen.
Een zo'n buitenplaats, gelegen in 's-Graveland, was van Bicker. Trots liet hij zijn naam en functie 'Fiscael' drukken in de plattegrond van zijn kavel. Voor zijn kennissen en zakenrelaties een prachtig 'relatiegeschenk'.
De kaart mocht wel minder professioneel zijn dan de voorgaande, maar door de grotere verspreiding kwam deze onder ogen van een breder publiek. (14) Voor algemeen gebruik was dit de enige behoorlijke topografische voorstelling van het Gooi tot 1843. In dat jaar liet notaris A. Perk een soortgelijk eigentijds exemplaar drukken.


NOTEN:
1. Eerste redelijke kaart : Sinck 1619
2. Caarte van Goyland Ao 1709: ARA Hingman 2592. http://gooiland-kaart-1709.blogspot.com/
3. GOYLANDT met de Nieuwe Limiet-schijding tussen Goylandt en het Sticht van Utrecht Ao 1723: ARA Hingman 2595 (voor afbeelding, zie: http://gooiland.vijftigplusser.nl/ )
4. Resolutieboek Stad en Lande van Gooiland 1646 - 1717. fol.286 dd. 1709.03.20
5. Uit de geschriften van Lambert Rijksz Lustigh - Stad en Lande archief.
6. Resolutieboek Stad en Lande van Gooiland 1646 - 1717. fol. 291 dd. 1709.11.20
7. ARA; Archief van de Rekenkamer der Domeinen, inv. nr. 755 bis Map 1.
8. Snellius (1580-1626) paste reeds driehoeksmeting toe en bepaalde de hemelsbreedte tussen Alkmaar en Berg op Zoom.

http://www.cosmovisions.com/Snellius.Triangles.gif

9. De opdracht staat rechts onder op de Caarte van Goyland.
10. Rijnlandse oppervlakte-eenheden: 1 morgen = 8516 ca; 1 hont = 1419 ca; 1 (vierkante) roe = 14,19 ca. Rijnlandse lengtematen: 1 roe = 144 duim; = 3,767 m; 1 duim = 2,616 cm. De schaal van de kaart: 1 duim : 14400 duim.
11. ARA; Archief van de Rekenkamer der Domeinen, inv. nr. 755 bis Map 1, dd. 1709.12.12
12. Limietscheijdinge tusschen Goijlandt, ende Stigt van Utrecht na conventie van Ao 1719: ARA Hingman 2594 (schaal 1 : 2800)

[ http://www.gooienvechthistorisch.nl/ - 23801 Stad en Lande - hernieuwde vaststellingvan de limietscheiding van Gooiland en Utrecht, afschriften, het placaat tegen schending limietscheiding 20 juli ]

13. Inschinkeling, zie Woordenboek der Nederlandse Taal: Van Inschinkelen, Inspringende (scherpe) hoek; ook de daartoe besloten inham of hoek lands.
14. A.C.J. de Vrankrijker - Toelichting bij de oude kaart van het Gooi. 'Nieuwe Kaart van Gooilandt' circa 1725: ARA Hingman 2578.

15. Nieuwe Kaart van Gooiland als meede van Mynden ende Loosdrecht. Een afbeelding van deze kaart van Gooiland staat bij WIKI pedia. Het Gooise gedeelte is waarschijnlijk afgeleid van ARA Hingman 2578.

______________________________________________ __

F.J.J. de Gooijer

http://gooijer.netfirms.com/

http://gooijer.nl.jouwpagina.nl/

Voor afbeeldingen en foto's, zie:

http://gooiland.vijftigplusser.nl/?page=article&warticle_id=4265&Drie_18e_eeuwse_Gooilandkaarten_

______________________________________________

Repertorium van Nederlandse kaartmakers 1500-1900

[Samengesteld door: Marijke Donkersloot-de Vrij, Utrecht 2003]

http://www.maphist.nl/Repertorium_van_Nederlandse_kaartmakers.pdf

______________________________________________ ____________



Kd
Labels: Gooise geschiedenis


# posted by gooilander @ 6:07 AM 1 comments
This page is powered by Blogger. Isn't yours?

About Me
My Photo
Name: gooilander
Location: Naarden, Gooiland, Netherlands
View my complete profile

Links
Google News
Edit-Me
Edit-Me
archives
September 2004
March 2008
September 2008
July 2011
October 2011
March 2012
  Foto en reacties bekijken


Gooilander08 nov 2013 13:10
ERFGOOIERS REUNIE
Friday, August 22, 2008


Posted by Picasa Reunie van de laatste scharende Erfgooiers in 1996. Gehouden ter herdenking
van het feit dat in 1296 de Hollandse Graaf Foris V werd vermoord door enkele 'edelen'. Dezelfde edelen die hun machtswellust wilden botvieren op de inheemsen van Naerdincklant.
Deze adel sprak dan ook smalend over Floris V als "Der Keerlen God"

# posted by gooilander @ 3:47 AM 0 comments
Tuesday, October 18, 2005

REUNIE 0UD-ERFGOOIERS
______________________________________________ _______

Inleiding
Het instituut Stad en Lande van Gooiland ontstond in de vroege middeleeuwen. In de Erfgooierswet van 1912 werd de oude bestuursvorm omgezet in een vereniging. Vanaf die tijd verschenen er jaarlijks ledenlijsten met de namen van alle erfgooiers. Een kleine minderheid op deze lijsten behoorde tot de zogenaamde scharende erfgooiers. Alleen deze personen maakten gebruik van het recht vee te weiden op de gemeenschappelijke gronden: de meenten. Door de toename van de Gooise bevolking was het noodzakelijk geworden de meenten te gaan gebruiken voor woningbouw. Als gevolg van de verkoop van de gemeenschappelijke gronden verviel het bestaansrecht van de vereniging. De opheffing en de afwikkeling duurde enkele jaren. Voorafgaande aan het definitieve einde werd de erfgooierslijst van 1971 “bevroren”: alleen diegenen die op deze lijst stonden zouden in aanmerking komen voor een geldbedrag of voor toewijzing van de overgebleven gronden. Van de ongeveer honderdvijftig scharende erfgooiers koos de helft voor een bedrag in geld (de “wijkers’), de andere helft voor de resterende gronden (de ‘blijvers‘)

Reünie
Vijf-en-twintig jaar na het uiteenvallen en uiteengaan van de scharende erfgooiersgemeenschap ontstond de behoefte om nog eens samen te komen. Twee van deze “laatsten der Mohikanen”, de heren Jaap Majoor en Hein Krijnen, hebben de reünie voorbereid. Als datum voor de reünie kozen zij voor 27 juni 1996, de sterfdag van de Hollandse Graaf Floris V. Op 27 juni was het zevenhonderd jaar geleden dat de Nardincklanders hun graaf uit de handen van zijn ontvoerders probeerden te bevrijden. Onder hun ogen werd echter “der Keerlen God” vermoord. Floris V heeft in erfgooierskringen altijd een bijzondere plaats ingenomen: generaties lang werd verteld dat Floris V “de meent aan de boeren had gegeven”. Om de historische onjuisheid van dit verhaal, - de gebruiksrechten op de gronden in het Gooi zijn pas na Floris V overgegaan op de boeren, - hebben de erfgooiers zich nooit druk gemaakt.
De reunie werd gehouden in Naarden: het Stad en Lande bestuur vergaderde daar oorspronkelijk en in de Grote Kerk werden de eerste bijeenkomsten van de vereniging gehouden.
- De ochtend begon met de ontvangst door burgemeester J.A.N. Patijn in de burgerzaal van
het stadhuis. Ongeveer honderddertig scharende erfgooiers, hun echtgenoten of weduwen waren daarbij aanwezig.
- Onder de genodigden bevonden zich ook enkele mond-bestuursleden en voormalig personeel van Stad en Lande, o.a: mr M. Tydeman (laatste voorzitter), H.C. de Jager (mond-secretaris) en de heer Bakker (mond-hoofdopzichter.

Na de openingstoespraak van burgemeestrer Patijn sprak mevrouw Maria Boersen namens de Stichting Tussen Vecht en Eem. Zij bood de aanwezigen het “Erfgooiers-nummer” van TVE aan. De toespraak van Jaap Majoor, doorspekt met kwinkslagen, kreeg veel bijval.
- Na de toespraken volgde een dia-presentatie over de geschiedenis van Stad en Lande. De heer S. Nieuwenhuizen, bestuurslid van de Stichting Stad & Lande van Gooiland (de opvolger van de voormalige vereniging) wist het publiek te boeien door zijn toelichting bij de dia’s.

Na afloop van het programma in de burgerzaal vertrok het gezelschap naar het restaurant “In den Gloeiende Gerrit” te Oud Valkeveen. Hier volgde een diner en daarna een gezellig samenzijn. Er werden veel “oude koeien uit de sloot gehaald” : vooral bij het bekijken van de foto-expositie over het verleden van de erfgooiers, samen met Jaap Majoor en Hein Krijnen had ondergetekende foto’s uitgezocht uit de foto-albums van het Stad en Lasnde archief. Ook waren foto’s te zien van erfgooiers die het boerenbestaan niet vaarwel hadden gezegd. Op de panelen was hun boerderij anno 1971 te zien naast hun moderne bedrijf anno 1996. De meeste nieuwe bedrijven zijn niet meer in het Gooi gevestigd, maar in de IJsselmeerpolders, Friesland en zelfs in Denemarken en Canada.
- Tijdens de bijeenkomst maakte de fotograaf John Ruis enkele groepsfoto’s. Het was een geslaagde reünie, die langer uitliep dan was gepland.

Naschrift
a. Der Keerlen God = de God van de boeren

b. Het Erfgooiersnummer werd in 1980 (jaargang 10, aflevering 1) door de Stichting Tussen Vecht en Eem uitgegeven. Het bevat informatie over de geschiedenis van de erfgooiers en een artikel over de ontbinding van de Vereniging Stad en Lande van Gooiland.
______________________________________________ ___
Tussen Vecht en Eem , 14e jrg. Nr. 4 december 1996
______________________________________________ ____
F.J.J. de Gooijer


http://gooijer.nl.jouwpagina.nl/

Fotoboek ERFGOOIERS:
http://weblogfotoboek.50plusser.nl/?wbid=1641&add

http://sl-foto-schilderij.blogspot.com

gooijerfjj@hotmail.com
_______________________________________
Labels: Gooise geschiedenis


# posted by gooilander @ 5:17 AM 2 comments
This page is powered by Blogger. Isn't yours?

About Me
My Photo
Name: gooilander
Location: Naarden, Gooiland, Netherlands
View my complete profile

Links
Google News
Edit-Me
Edit-Me
archives
October 2005
August 2008
  Foto en reacties bekijken


Gooilander08 nov 2013 13:08
ERFGOOIERSBRUG OVER DE KARNEMELKSLOOT
Thursday, July 17, 2008


Posted by Picasa Frans de Gooijer houdt een praatje op de brug

# posted by gooilander @ 8:06 AM 0 comments


Posted by Picasa Stef van den Brink en Frans de Gooijer

# posted by gooilander @ 8:02 AM 0 comments


Posted by Picasa Prof. Leupen en Voorzitter B. Boeters

# posted by gooilander @ 7:57 AM 0 comments


Posted by Picasa Prof. Leupen, onbekend, Frans de Gooijer, Burgemeester Verdier

# posted by gooilander @ 7:53 AM 0 comments
Tuesday, June 21, 2005

ERFGOOIERSBRUG
______________________________________________ ___

Ter eeuwige nagedachtenis aan de erfgooiers

In 1983 verscheen in de Gooi en Eemlander het artikel: ‘Opgeheven Stad en Lande heeft toch nog een stuk grond’.1 Genoemde grond was bij de opheffing van de Vereniging Stad en Lande van Gooiland buiten de grondverkoop gehouden. De heer Mr. M. Tydeman, de laatste voorzitter van de Vereniging, had dit bewust gedaan, zodat het “ter eeuwige nagedachtenis altijd in het kadaster zal blijven staan ten name van de Erfgooiers”. De grond bestond volgens Mr. Tydeman: Uit een gedempt slootje ter grootte van 120 vierkante meter, gelegen achter de Melkstraat en tegen het Luye Gat, het water langs de Franse Kampweg op de grens van Bussum en Hilversum. Na de opheffing van de Vereniging was dus niemand meer eigenaar van het gedempte slootje. De Vereniging had als erfgenaam aangewezen de Stad en Lande Stichting, maar die had geen onroerende goederen geërfd.
Het bestuur van de Stichting was dan ook verrast door het krantenartikel en verzocht Mr. M. Tydeman een uiteenzetting te geven over het perceeltje. September 1984 stuurde deze een toelichting naar de Stichting. Hierin zette hij de toedracht uiteen. Genoemd stukje grond was een restant van het kadastrale perceel Bussum C 1192.

VOORSTEL H.P.C. VAN DEN BERG.
Naar aanleiding van het opduiken van het stukje erfgooiersgrond, stelde een bestuurslid van de Stichting voor hier een erfgooiersmonumentje te plaatsen. Dit bestuurslid, de bekende heer H.P.C. van den Berg (1904-1995) maakte een ontwerptekening. Het getekende monumentje bestond uit basaltblokken met daarop de wapens van de erfgooiersgemeenten. 2
De basaltblokken zouden afkomstig moeten zijn van de voormalige zeewering voor Fort Ronduit te Naarden.
Een aantal bestuursleden van de Stichting zijn daarop een kijkje gaan nemen op de locatie. Vanwege de afgelegen en onbereikbare plek bleek plaatsing van een monumentje niet uitvoerbaar.


WATERTRANSPORTLEIDING
Begin 1999 ontving de Stad en Lande Stichting bericht betreffende de watertransportleiding met een traject over de Hilversumse Meent. 3, 4 Genoemde leiding zou ook door het aldaar gelegen kadastrale perceel Hilversum A 114 lopen. Als eigenaar werd genoemd: De Vereniging Stad en Lande van Gooiland. Aangezien deze Vereniging niet meer bestond, was de gelijknamige Stichting aangeschreven. Na raadpleging van het kadaster bleek perceel A 114 te bestaan uit een sloot met een oppervlakte van 86 are en 40 ca. Qua functie zou deze moeten behoren bij het waterschap dat de belangrijkste sloten in de Hilversumse Meent van de Vereniging had overgenomen voor f 1.-. Dit was dus het tweede perceel dat aan de overdracht was ontsnapt. De circa drie meter brede sloot is o.a. gelegen naast en achter het pompgemaal op de Hilversumse Meent. Een gedeelte loopt, gescheiden door een kade, evenwijdig aan de Karnemelksloot in de richting van de ’s Gravelandse Vaart. Dit is een historische plek.

ERFGOOIERSBRUG
Het aldaar gelegen bruggetje over de Karnemelksloot dateert oorspronkelijk uit 1644. Op 6 mei van dat jaar geeft de vroedschap ‘Heeren burgemeesteren ofte haere Gecommitteerde’ toestemming om met de ‘Heeren Octroijanten van ‘s Geaveland ende Naardermeer respectieve te contracteren, nopende het leggen van een suffisante stene brugge over de Vaart, dewelke geschoten is, tusschen de Hilversumsche weide ….
Twee jaar later wordt dit nog een keer herhaald, waarna op 5 juni het akkoord wordt getekend. De ’buurmeesteren’ van Hilversum doen ook mee en jaren later wordt de brug eigendom van Hilversum. 5 Eeuwenlang hebben generaties erfgooiers hiervan gebruik gemaakt. In ruil voor de eindeloos lange erfgooierssloot zou de naamloze brug de naam Erfgooiersbrug kunnen krijgen ter eeuwige nagedachtenis aan de Erfgooiers.
---------------------------------------------- ---
Noten:
1. De Gooi en Eemlander, woensdag 19 januari 1983.
2 Verslag Stad en Lande Stichting op Donderdag 27 augustus 1992
3 Provincie Noord Holland 24 februari 1999. Bericht van NV. PWN Waterleidingsbedrijf over de aanleg van de waterstransportleiding Weesperkarspel - Laarderhoogt.
4 De Gooi en Eemlander, Donderdag 15 juli 1999. ’t Gooi krijgt ook water uit Driemond.
5 De Gooi en Eemlander, 7 augustus 1990: 350 jaar over de Karnemelksloot. Kleine geschiedenis van een naamloze brug. - Eddy de Paepe.
______________________________________________
Afbeeldingen:
Erfgooiersbrug

___________________________________________
Tussen Vecht en Eem, 2000 - sept.
F.J.J. de Gooijer
___________________________________________
F.J.J. de Gooijer
http://gooijer.netfirms.com
http://gooijer.nl.jouwpagina.nl
______________________________________________ __
Labels: Gooise geschiedenis


# posted by gooilander @ 11:39 AM 0 comments
This page is powered by Blogger. Isn't yours?

About Me
My Photo
Name: gooilander
Location: Naarden, Gooiland, Netherlands
View my complete profile

Links
Google News
Edit-Me
Edit-Me
archives
June 2005
July 2008
  Foto en reacties bekijken


Gooilander08 nov 2013 13:06
BLARICUMSE OOSTERMEENT: EMELTEN
Wednesday, April 30, 2008


Posted by Picasa Stellage met spreeuwenkasten op de Gooise Oostermeent

# posted by gooilander @ 8:38 AM 1 comments


Posted by Picasa Voorlichting van de Landbouw Hogeschool Wageningen. (1925)

# posted by gooilander @ 8:25 AM 1 comments


Posted by Picasa Controle nestkastjes op de Oostermeent

# posted by gooilander @ 6:00 AM 1 comments


Posted by Picasa DE SPREEUW

# posted by gooilander @ 5:54 AM 1 comments
Saturday, April 08, 2006

KWATWORMEN IN DE OOSTERMEENT
In een nat grasveld kunnen in het voorjaar bruine plekken ont­staan,
waarop veel vogels neerstrijken. Met hun snavels spit­ten ze deze plekken
om. Vooral in laaggelegen grasland kwam dit vroeger veel voor, zoals in
het Gooise buitendijkse ge­bied. Het was een ramp voor de veehouders, die
toch al weiland te kort kwamen. Eeuwenlang wist men geen raad met wat men
een 'wormenplaag' noemde. Pas in de 20e eeuw ging men de 'wormen' met gif
bestrijden, ook probeerde men een biologische manier.

Waterschap de Gooische Zomerkade
Aan de kuststrook ten oosten van de Huizer haven lagen tot het laatste
kwart van de 20e eeuw de Maatlanden en een gedeelte van de Oostermeent.
Tot het gereedkomen van de Af­sluitdijk waren deze laaggelegen graslanden
alleen tegen de Zuiderzee beschermd door een zomerdijk. Ze vormden het
Water­schap de Gooische Zomerkade. In de winter werd dit gebied door de
zee over­stroomd, waardoor een kleilaagje werd afgezet. Door deze
natuur­lijke bemesting was de grond zeer vruchtbaar. Wel bleef in het
voorjaar het land lang drassig, zodat het pas midden juni geschikt was
voor agrarisch gebruik. De Maatlanden dien­den hoofdza­kelijk als
hooi­land. Alleen einde augustus (na de hooibouw) werd het opengesteld
als 'naweide' voor het vee. De melk van dit vee kreeg echter een
uien­smaak, tot ontevre­den­heid van de consumenten. Op de strook achter
de zomerdijk, waar vooral zand werd afgezet, groeide namelijk kraailook
(een ver familielid van de ui).
De waterhuishouding bleef ook in de zomer een probleem. In de zomerdijk
waren op verschillende plaatsen sluiskleppen aange­bracht waarop de sloten
konden afwateren. De werking was afhankelijk van het getij van de
Zuiderzee. Bij eb drukte het water in de sloot de klep open en bij vloed
sloot de zee deze weer. Het systeem van deze primitieve sluisjes bleef ook
de eerste jaren na het ontstaan van het IJsselmeer in gebruik. De
waterafvoer werkte echter hoofdzakelijk bij aflandige wind.
Het onderhoud van de kade van de Maatlan­den was in handen van
kademeesters. Voor de meentkade en de Meent zorgde het bestuur van de
erfgooiersgemeenschap.
Het lage deel van de Oostermeent lag aan de kust, het hoge deel achter de
Maatlanden. Deze meent waterde gedeeltelijk af op de Gooiersgracht,
maar ook op het beekje de Viersloot. Op oude kaarten is dit watertje nog
herkenbaar, in latere jaren is het geka­nali­seerd. De slechte ontwatering
veroorzaakte regelma­tig een 'wormenplaag'.

De kwatwormenplaag
Eind 17e, begin 18e eeuw leefde in Huizen Lambert Rijcksz Lustigh. Deze
man beschreef veel gebeurtenissen in het Gooi. Zijn geschriften zijn
bewaard gebleven. In één van zijn geschriften staat:
"Anno 1721 doen was alhier in 't voorjaar op onse weijde gemeente, en
voornaam in de Blaricummerweijde de veltwormen soo sterck en magtigh
veele, dat sij bijna al graswortelen in de grond opaten, waardoor de
voorz. meent met weijnigh gras schuetkens is. Ja, op de maatlanden het
selve verderf".
Dat deze 'wormenplaag' geen fabeltje was bewijst het volgende bericht uit
de Gooi en Eemlander van 10 Mei 1902:
"Weinige weken terug voorspelde elkeen, dat de Meent deze zomer beter zou
wezen, dan zij in jaren geweest was. Bij het guurder worden en blijven van
het weder, verflauwt de hoop echter al spoedig, en nu morgen het vee der
Erfgooiers op het punt staat bezit te nemen van de uitgestrekte weide, nu
blijkt het, dat deze slechter is dan ooit. Gehele stukken zijn, totaal
kaal, doch niet het weder is hiervan de hoofdschuldige, maar een in deze
streken weinig voorkomende worm, welk diertje de wortels van het gras
afknaagt. Hetzelfde schadelijke beest­je toonde zich ook een jaar of acht
geleden, met hetzelfde gevolg. Gelukkig (?) kwam toen de zee en er bleef
geen enkel meer over. Toch in deze tijd van het jaar is dit geneesmiddel
al weinig beter dan de kwaal"
Uit dit krantenartikel blijkt dat na 170 jaar nog geen remedie was
gevonden tegen deze plaag. Blijkbaar wist men ook niet dat 'het
schadelijke beestje' een insektenlarve was. In Van Dale uit 1872 staat
wel kwatworm en emelt, maar de enige verklaring is ' één der volksna­men
van den engerling'.

De bestrijding der emelten
Vóór de invoering van de Erfgooierswet in 1912 werden de meen­ten slecht
be­heerd. Maatregelen om de 'wormenplaag' te be­strijden werden niet
genomen. Bij de Erfgooierswet werd de Vereni­ging Stad en Lande van
Gooiland opge­richt. Deze beheerde de meen­ten van de scharende
erfgooiers. Het bestuur deed er alles aan om de kwaliteit van de
weidegronden van deze veehou­ders te verbe­teren. Voorzitter E. Luden
zocht voor de meent­verbe­tering contact met de Land­bouw­hogeschool. Ter
bestrijding van de larven werd de Planten­ziekten­kundige Dienst van
Wageningen ingeschakeld. De corresponden­tie hierover is bewaard
gebleven. Allereerst werd een brochure gestuurd met de titel De
bestrijding der emelten. Daarin stond onder andere:
"De emelten, dat zijn pootlooze, grauwgeel gekleurde larven van de
lang­poot­muggen, behooren tot de ernstigste beschadigers van
ontginningsweiden." en verder "De emelten leven nooit langer dan één
jaar in den grond. Verreweg de talrijkste soort is Tipula Paludosa mgn,
waarvan de muggen in Augustus - September uitvliegen ".
Vooral de heer P.J. Schenk, Technisch Ambtenaar 1e klasse van de
hoge­school, heeft veel brieven over de emeltenplaag geschreven. In mei
1923 vraagt hij of de terreinen van 'Stad en Lande' door emelten
geteisterd worden. Uit het antwoord blijkt dat het niet het geval is. In
1924 en 1925 is het echter mis en volgen opgaven van
bestrij­dingsmiddelen. Als middel wordt opgegeven 1 kg Parijsch Groen
vermengd met 25 kg zemelen per hectare. Uit een onderzoek in het
laborato­rium Koningh en Mooy blijkt dat het Parijsch Groen voor 55,4 %
uit arsenicum best­aat. Mogelijk schrikt men hiervan, want het handmatig
ver­spreiden levert ook gevaren op. Men gaat opzoek naar een natuurlijke
bestrijding.

De spreeuw
Begin maart 1925 stuurt P.J Schenk, de volgende brief naar Stad en Lande:
"De laatste vorstperiode heeft het gras in zijn geheel bruin gekleurd,
zoodat het vaststellen van de grootte en beschadigde plekken en de omvang
van de beschadiging moei­lijk­heden ople­verde. Vast staat echter, dat op
vele plaatsen zeer veel emelten in de grond voorkomen, hetgeen aan de vale
kleur van het gras reeds goed is te zien. Ook de vogels hebben dit feit
geconstateerd en bij name op de Oostermeent waren duizen­den Spreeuwen aan
't zoeken naar emelten. Overal vindt men gaatjes in de grond gestoken.
Toch zijn nog vele emelten aanwezig ".
Aansluitend aan deze brief stuurt hij een gedruk­te brochure De Spreeuw.
Hierin wordt het nut van de spreeuw voor de landbouw beschreven. Aan het
hoofdstuk "Waarom ver­dient de spreeuw een betere verzorging?" is het
volgende ontleend:
"Er zijn drie redenen, die den Plantenziektenkundigen Dienst hebben doen
besluiten een bijzondere zorg te gaan besteden aan den Spreeuw.
In de eerste plaats is de vraag naar bescherming van weiden en pas in
cultuur gebrachte gronden tegen de vreterij van aller­lei insectenlarven,
emelten, junikeverlarven en Aphodius­larven urgent.
In de tweede plaats is ons gebleken, dat het thans gebruike­lijke
nest­kastje niet aan de verlangens van de Spreeuw vol­doet. Hier en daar
betrekt hij het wel, maar lang niet in die mate als dat bijvoorbeeld
vroeger bij de proeven te Kootwijk.
In het buitenland, met name in het Köningsmoor, aan de spoor­lijn
Bremen-Hamburg zijn onder leiding van Prof. Weber de Spreeuwen in groote
kolonies tot broeden gebracht. En dat nog wel in nestkasten, die in
groepen van 30 a 36 stuks (per 10 ha) bijeen aan houten stellages zijn
geslagen. (een tekening van een dergelijke stellage staat achter in de
brochure) Deze stellages staan op afstanden van ongeveer 500 m onbeschut
in het open veld. Ze worden voor verreweg het grootste deel bewoond".

Stellages op de Oostermeent
Stad en Lande nam het idee uit Köningsmoor over en plaatste vier
gelijksoorti­ge stellages op de Oostermeent. Ze bestonden ieder uit drie
staande ruwe boomstammen met diagonale stammen als versterking. Boven, op
3,40 m hoogte, stonden 34 nestkastjes. P.J. Schenk stuurde in mei 1926
hiervan een foto. Jaren­lang bleef hij contact houden over dit project,
vooral met de hoofdop­zichter Herman Hz. de Gooijer. Deze moest hem de
resul­taten melden, zoals in juni 1927. Het uitvoerige rapport bevatte een
tabel met de inhoud van elk kastje. Een samenvat­ting van dit onderzoek:
Stellage Eieren Jongen Nesten Niets
A ...........--- ......... 25 ....... 24 ....... 5
B .......... 19.......... --- ....... 18 ...... 10
C ............ 6.......... 10 ........ 18 ...... 14
D .......... ---........... 7........... 3 ....... 29
------------------------------------
Totaal... 25 ....... 42 ........ 63 ........ 58
Verdere rapporten ontbreken. Naast de emeltenbestrijding door de
spreeu­wen, werd ook nog steeds Parijsch Groen toegepast. Het was nota
bene schadelijk voor de vogels, maar nergens werd vermeld of er sprake was
van dode spreeuwen. P.J. Schenk bleef het project in de gaten houden en
stuurde hierover regelmatig brieven.
Juni 1935: "Er werden opmer­kelijk veel dotten doode emelten bijeen
gevon­den, die waarschijnlijk door vogels waren uitgespugt".
December 1936 : " de stellages op de Oostermeent in verval­len toestand
zijn geraakt en eerlang vernieuwing eischen." Januari 1937 :
"Gelieve prijsopgave 102 nestkasten". "Bij 100 stuks 85 cent per stuk voor
spreeuwen".
Stad en Lande antwoordt februari 1937:
"Er wordt geen gebruik gemaakt van aanbieding nestkastjes"
De emeltenplaag verminderde na de ruilverkaveling van 1937, waardoor een
betere afwatering mogelijk werd. Hierna vervielen de stellages, het laatst
zijn ze gezien omstreeks 1940. Wel zijn er nog afbeeldingen van in enkele
boeken.
Vreemd genoeg wordt in de corres­ponden­tie nooit gerept van de meeu­wen
op de Oostermeent. Als er een zwerm opdook, zeiden de Blaricumse boeren
geksche­rend: "De burgemeester van Marken heeft weer zijn duiven
losgelaten". Misschien toonden deze zeemeeuwen geen belangstelling voor de
larven. In de weilanden aan de Googweg te Muiderberg maakten de meeuwen
wel jacht op de emelten.
_______________________
Bronnen:
- Archief 'Stad en Lande' Meenten Doos 364 Ziekte in grasgewas.
- Gooi en Eemlander 10 mei 1902
- Gooijer, F.J.J. de. 1996 De Gooise Zomerkade en de Maatlanden. Tussen
Vecht en Eem jrg. 14 (4), 204/208.
- Jonkers, D.A.; Kole, R.A. & Taapken (red.) 1987. Vogels tussen Vecht en
Eem. Vogelwerkgroep Het Gooi en omstreken, Hilversum. 331-333.
- Kroniek Lambert Rijcksz Lus­tigh (1654-1727). Rijks Archief Haarlem 279.
inv. nr. 1527 A
- Plantenziektekundige Dienst Wageningen. 1925. De Spreeuw. Verslag en
Mededelingen van de Plantenziektekundige Diemnst, Wageningen No. 38.
- Polak, H. Tusschen Vecht, Eem en Zee. N.V. Dagblad De Gooi en Eemlan­der,
Hilversum 1935
- Rapport betreffende de ruilverkaveling van gronden ge­naamd "de
Buitendijken" gelegen in de gemeenten Naar­den en Muiden. (25.08.1937)
___________________________
Afbeeldingen :
- Tekening van Stellage van Toon de Jong (uit boek H. Polak) met
onderschrift: Huizen: Vogelbroedplaatsen op de Gooische Oostermeent.
- Foto: Stellage op de Oostermeent gemaakt in 1926 door P.J. Schenk. (In
Stad en Lande Archief)
- Foto: Stellage met boven de nestkasten een man. Boek van de Vogelwerkgroep.
- Lijst met opgave van de inhoud van de nestkasten. (Stad en Lande Archief)
- Kaartje van de Oostermeent en de Maatlanden. Gebruik maken van
'Krijgsspelkaart van Amersfoort en omgeving 1910-1913 blad 8 en 9. Schaal
1 : 10.000. Uitgave Stichting Vijverberg Naarden. Hierop staat de loop
van de Viersloot juist aangegeven.
Onderschrift: De Oostermeent was gemeenschappelijk eigendom van de
erfgooi­ers. De Maatlanden bestonden uit honderden percelen met
verschillende eigenaren.
- EMELTEN : http://www.grashof.nl/HTML/ongedierte.htm

_________________________
Kwatwormen in de Oostermeent - by F.J.J. de Gooijer
Vrienden van ‘t Gooi
blaricum-oostermeent-emelten
_____________________________________
http://gooijer.netfirms.com/
http://gooijer.nl.jouwpagina.nl/

Voor afbeeldingen en foto's, zie:
http://gooiland.vijftigplusser.nl/

Gratis website teller
Labels: Gooise geschiedenis


# posted by gooilander @ 5:17 AM 2 comments
This page is powered by Blogger. Isn't yours?

About Me
My Photo
Name: gooilander
Location: Naarden, Gooiland, Netherlands
View my complete profile

Links
Google News
Edit-Me
Edit-Me
archives
April 2006
April 2008
  Foto en reacties bekijken


Gooilander08 nov 2013 13:02
BLARICUMSE OOSTERMEENT: EMELTEN
Wednesday, April 30, 2008


Posted by Picasa Stellage met spreeuwenkasten op de Gooise Oostermeent

# posted by gooilander @ 8:38 AM 1 comments


Posted by Picasa Voorlichting van de Landbouw Hogeschool Wageningen. (1925)

# posted by gooilander @ 8:25 AM 1 comments


Posted by Picasa Controle nestkastjes op de Oostermeent

# posted by gooilander @ 6:00 AM 1 comments


Posted by Picasa DE SPREEUW

# posted by gooilander @ 5:54 AM 1 comments
Saturday, April 08, 2006

KWATWORMEN IN DE OOSTERMEENT
In een nat grasveld kunnen in het voorjaar bruine plekken ont­staan,
waarop veel vogels neerstrijken. Met hun snavels spit­ten ze deze plekken
om. Vooral in laaggelegen grasland kwam dit vroeger veel voor, zoals in
het Gooise buitendijkse ge­bied. Het was een ramp voor de veehouders, die
toch al weiland te kort kwamen. Eeuwenlang wist men geen raad met wat men
een 'wormenplaag' noemde. Pas in de 20e eeuw ging men de 'wormen' met gif
bestrijden, ook probeerde men een biologische manier.

Waterschap de Gooische Zomerkade
Aan de kuststrook ten oosten van de Huizer haven lagen tot het laatste
kwart van de 20e eeuw de Maatlanden en een gedeelte van de Oostermeent.
Tot het gereedkomen van de Af­sluitdijk waren deze laaggelegen graslanden
alleen tegen de Zuiderzee beschermd door een zomerdijk. Ze vormden het
Water­schap de Gooische Zomerkade. In de winter werd dit gebied door de
zee over­stroomd, waardoor een kleilaagje werd afgezet. Door deze
natuur­lijke bemesting was de grond zeer vruchtbaar. Wel bleef in het
voorjaar het land lang drassig, zodat het pas midden juni geschikt was
voor agrarisch gebruik. De Maatlanden dien­den hoofdza­kelijk als
hooi­land. Alleen einde augustus (na de hooibouw) werd het opengesteld
als 'naweide' voor het vee. De melk van dit vee kreeg echter een
uien­smaak, tot ontevre­den­heid van de consumenten. Op de strook achter
de zomerdijk, waar vooral zand werd afgezet, groeide namelijk kraailook
(een ver familielid van de ui).
De waterhuishouding bleef ook in de zomer een probleem. In de zomerdijk
waren op verschillende plaatsen sluiskleppen aange­bracht waarop de sloten
konden afwateren. De werking was afhankelijk van het getij van de
Zuiderzee. Bij eb drukte het water in de sloot de klep open en bij vloed
sloot de zee deze weer. Het systeem van deze primitieve sluisjes bleef ook
de eerste jaren na het ontstaan van het IJsselmeer in gebruik. De
waterafvoer werkte echter hoofdzakelijk bij aflandige wind.
Het onderhoud van de kade van de Maatlan­den was in handen van
kademeesters. Voor de meentkade en de Meent zorgde het bestuur van de
erfgooiersgemeenschap.
Het lage deel van de Oostermeent lag aan de kust, het hoge deel achter de
Maatlanden. Deze meent waterde gedeeltelijk af op de Gooiersgracht,
maar ook op het beekje de Viersloot. Op oude kaarten is dit watertje nog
herkenbaar, in latere jaren is het geka­nali­seerd. De slechte ontwatering
veroorzaakte regelma­tig een 'wormenplaag'.

De kwatwormenplaag
Eind 17e, begin 18e eeuw leefde in Huizen Lambert Rijcksz Lustigh. Deze
man beschreef veel gebeurtenissen in het Gooi. Zijn geschriften zijn
bewaard gebleven. In één van zijn geschriften staat:
"Anno 1721 doen was alhier in 't voorjaar op onse weijde gemeente, en
voornaam in de Blaricummerweijde de veltwormen soo sterck en magtigh
veele, dat sij bijna al graswortelen in de grond opaten, waardoor de
voorz. meent met weijnigh gras schuetkens is. Ja, op de maatlanden het
selve verderf".
Dat deze 'wormenplaag' geen fabeltje was bewijst het volgende bericht uit
de Gooi en Eemlander van 10 Mei 1902:
"Weinige weken terug voorspelde elkeen, dat de Meent deze zomer beter zou
wezen, dan zij in jaren geweest was. Bij het guurder worden en blijven van
het weder, verflauwt de hoop echter al spoedig, en nu morgen het vee der
Erfgooiers op het punt staat bezit te nemen van de uitgestrekte weide, nu
blijkt het, dat deze slechter is dan ooit. Gehele stukken zijn, totaal
kaal, doch niet het weder is hiervan de hoofdschuldige, maar een in deze
streken weinig voorkomende worm, welk diertje de wortels van het gras
afknaagt. Hetzelfde schadelijke beest­je toonde zich ook een jaar of acht
geleden, met hetzelfde gevolg. Gelukkig (?) kwam toen de zee en er bleef
geen enkel meer over. Toch in deze tijd van het jaar is dit geneesmiddel
al weinig beter dan de kwaal"
Uit dit krantenartikel blijkt dat na 170 jaar nog geen remedie was
gevonden tegen deze plaag. Blijkbaar wist men ook niet dat 'het
schadelijke beestje' een insektenlarve was. In Van Dale uit 1872 staat
wel kwatworm en emelt, maar de enige verklaring is ' één der volksna­men
van den engerling'.

De bestrijding der emelten
Vóór de invoering van de Erfgooierswet in 1912 werden de meen­ten slecht
be­heerd. Maatregelen om de 'wormenplaag' te be­strijden werden niet
genomen. Bij de Erfgooierswet werd de Vereni­ging Stad en Lande van
Gooiland opge­richt. Deze beheerde de meen­ten van de scharende
erfgooiers. Het bestuur deed er alles aan om de kwaliteit van de
weidegronden van deze veehou­ders te verbe­teren. Voorzitter E. Luden
zocht voor de meent­verbe­tering contact met de Land­bouw­hogeschool. Ter
bestrijding van de larven werd de Planten­ziekten­kundige Dienst van
Wageningen ingeschakeld. De corresponden­tie hierover is bewaard
gebleven. Allereerst werd een brochure gestuurd met de titel De
bestrijding der emelten. Daarin stond onder andere:
"De emelten, dat zijn pootlooze, grauwgeel gekleurde larven van de
lang­poot­muggen, behooren tot de ernstigste beschadigers van
ontginningsweiden." en verder "De emelten leven nooit langer dan één
jaar in den grond. Verreweg de talrijkste soort is Tipula Paludosa mgn,
waarvan de muggen in Augustus - September uitvliegen ".
Vooral de heer P.J. Schenk, Technisch Ambtenaar 1e klasse van de
hoge­school, heeft veel brieven over de emeltenplaag geschreven. In mei
1923 vraagt hij of de terreinen van 'Stad en Lande' door emelten
geteisterd worden. Uit het antwoord blijkt dat het niet het geval is. In
1924 en 1925 is het echter mis en volgen opgaven van
bestrij­dingsmiddelen. Als middel wordt opgegeven 1 kg Parijsch Groen
vermengd met 25 kg zemelen per hectare. Uit een onderzoek in het
laborato­rium Koningh en Mooy blijkt dat het Parijsch Groen voor 55,4 %
uit arsenicum best­aat. Mogelijk schrikt men hiervan, want het handmatig
ver­spreiden levert ook gevaren op. Men gaat opzoek naar een natuurlijke
bestrijding.

De spreeuw
Begin maart 1925 stuurt P.J Schenk, de volgende brief naar Stad en Lande:
"De laatste vorstperiode heeft het gras in zijn geheel bruin gekleurd,
zoodat het vaststellen van de grootte en beschadigde plekken en de omvang
van de beschadiging moei­lijk­heden ople­verde. Vast staat echter, dat op
vele plaatsen zeer veel emelten in de grond voorkomen, hetgeen aan de vale
kleur van het gras reeds goed is te zien. Ook de vogels hebben dit feit
geconstateerd en bij name op de Oostermeent waren duizen­den Spreeuwen aan
't zoeken naar emelten. Overal vindt men gaatjes in de grond gestoken.
Toch zijn nog vele emelten aanwezig ".
Aansluitend aan deze brief stuurt hij een gedruk­te brochure De Spreeuw.
Hierin wordt het nut van de spreeuw voor de landbouw beschreven. Aan het
hoofdstuk "Waarom ver­dient de spreeuw een betere verzorging?" is het
volgende ontleend:
"Er zijn drie redenen, die den Plantenziektenkundigen Dienst hebben doen
besluiten een bijzondere zorg te gaan besteden aan den Spreeuw.
In de eerste plaats is de vraag naar bescherming van weiden en pas in
cultuur gebrachte gronden tegen de vreterij van aller­lei insectenlarven,
emelten, junikeverlarven en Aphodius­larven urgent.
In de tweede plaats is ons gebleken, dat het thans gebruike­lijke
nest­kastje niet aan de verlangens van de Spreeuw vol­doet. Hier en daar
betrekt hij het wel, maar lang niet in die mate als dat bijvoorbeeld
vroeger bij de proeven te Kootwijk.
In het buitenland, met name in het Köningsmoor, aan de spoor­lijn
Bremen-Hamburg zijn onder leiding van Prof. Weber de Spreeuwen in groote
kolonies tot broeden gebracht. En dat nog wel in nestkasten, die in
groepen van 30 a 36 stuks (per 10 ha) bijeen aan houten stellages zijn
geslagen. (een tekening van een dergelijke stellage staat achter in de
brochure) Deze stellages staan op afstanden van ongeveer 500 m onbeschut
in het open veld. Ze worden voor verreweg het grootste deel bewoond".

Stellages op de Oostermeent
Stad en Lande nam het idee uit Köningsmoor over en plaatste vier
gelijksoorti­ge stellages op de Oostermeent. Ze bestonden ieder uit drie
staande ruwe boomstammen met diagonale stammen als versterking. Boven, op
3,40 m hoogte, stonden 34 nestkastjes. P.J. Schenk stuurde in mei 1926
hiervan een foto. Jaren­lang bleef hij contact houden over dit project,
vooral met de hoofdop­zichter Herman Hz. de Gooijer. Deze moest hem de
resul­taten melden, zoals in juni 1927. Het uitvoerige rapport bevatte een
tabel met de inhoud van elk kastje. Een samenvat­ting van dit onderzoek:
Stellage Eieren Jongen Nesten Niets
A ...........--- ......... 25 ....... 24 ....... 5
B .......... 19.......... --- ....... 18 ...... 10
C ............ 6.......... 10 ........ 18 ...... 14
D .......... ---........... 7........... 3 ....... 29
------------------------------------
Totaal... 25 ....... 42 ........ 63 ........ 58
Verdere rapporten ontbreken. Naast de emeltenbestrijding door de
spreeu­wen, werd ook nog steeds Parijsch Groen toegepast. Het was nota
bene schadelijk voor de vogels, maar nergens werd vermeld of er sprake was
van dode spreeuwen. P.J. Schenk bleef het project in de gaten houden en
stuurde hierover regelmatig brieven.
Juni 1935: "Er werden opmer­kelijk veel dotten doode emelten bijeen
gevon­den, die waarschijnlijk door vogels waren uitgespugt".
December 1936 : " de stellages op de Oostermeent in verval­len toestand
zijn geraakt en eerlang vernieuwing eischen." Januari 1937 :
"Gelieve prijsopgave 102 nestkasten". "Bij 100 stuks 85 cent per stuk voor
spreeuwen".
Stad en Lande antwoordt februari 1937:
"Er wordt geen gebruik gemaakt van aanbieding nestkastjes"
De emeltenplaag verminderde na de ruilverkaveling van 1937, waardoor een
betere afwatering mogelijk werd. Hierna vervielen de stellages, het laatst
zijn ze gezien omstreeks 1940. Wel zijn er nog afbeeldingen van in enkele
boeken.
Vreemd genoeg wordt in de corres­ponden­tie nooit gerept van de meeu­wen
op de Oostermeent. Als er een zwerm opdook, zeiden de Blaricumse boeren
geksche­rend: "De burgemeester van Marken heeft weer zijn duiven
losgelaten". Misschien toonden deze zeemeeuwen geen belangstelling voor de
larven. In de weilanden aan de Googweg te Muiderberg maakten de meeuwen
wel jacht op de emelten.
_______________________
Bronnen:
- Archief 'Stad en Lande' Meenten Doos 364 Ziekte in grasgewas.
- Gooi en Eemlander 10 mei 1902
- Gooijer, F.J.J. de. 1996 De Gooise Zomerkade en de Maatlanden. Tussen
Vecht en Eem jrg. 14 (4), 204/208.
- Jonkers, D.A.; Kole, R.A. & Taapken (red.) 1987. Vogels tussen Vecht en
Eem. Vogelwerkgroep Het Gooi en omstreken, Hilversum. 331-333.
- Kroniek Lambert Rijcksz Lus­tigh (1654-1727). Rijks Archief Haarlem 279.
inv. nr. 1527 A
- Plantenziektekundige Dienst Wageningen. 1925. De Spreeuw. Verslag en
Mededelingen van de Plantenziektekundige Diemnst, Wageningen No. 38.
- Polak, H. Tusschen Vecht, Eem en Zee. N.V. Dagblad De Gooi en Eemlan­der,
Hilversum 1935
- Rapport betreffende de ruilverkaveling van gronden ge­naamd "de
Buitendijken" gelegen in de gemeenten Naar­den en Muiden. (25.08.1937)
___________________________
Afbeeldingen :
- Tekening van Stellage van Toon de Jong (uit boek H. Polak) met
onderschrift: Huizen: Vogelbroedplaatsen op de Gooische Oostermeent.
- Foto: Stellage op de Oostermeent gemaakt in 1926 door P.J. Schenk. (In
Stad en Lande Archief)
- Foto: Stellage met boven de nestkasten een man. Boek van de Vogelwerkgroep.
- Lijst met opgave van de inhoud van de nestkasten. (Stad en Lande Archief)
- Kaartje van de Oostermeent en de Maatlanden. Gebruik maken van
'Krijgsspelkaart van Amersfoort en omgeving 1910-1913 blad 8 en 9. Schaal
1 : 10.000. Uitgave Stichting Vijverberg Naarden. Hierop staat de loop
van de Viersloot juist aangegeven.
Onderschrift: De Oostermeent was gemeenschappelijk eigendom van de
erfgooi­ers. De Maatlanden bestonden uit honderden percelen met
verschillende eigenaren.
- EMELTEN : http://www.grashof.nl/HTML/ongedierte.htm

_________________________
Kwatwormen in de Oostermeent - by F.J.J. de Gooijer
Vrienden van ‘t Gooi
blaricum-oostermeent-emelten
_____________________________________
http://gooijer.netfirms.com/
http://gooijer.nl.jouwpagina.nl/

Voor afbeeldingen en foto's, zie:
http://gooiland.vijftigplusser.nl/

Gratis website teller
Labels: Gooise geschiedenis


# posted by gooilander @ 5:17 AM 2 comments
This page is powered by Blogger. Isn't yours?

About Me
My Photo
Name: gooilander
Location: Naarden, Gooiland, Netherlands
View my complete profile

Links
Google News
Edit-Me
Edit-Me
archives
April 2006
April 2008
  Foto en reacties bekijken


Gooilander08 nov 2013 12:59
STAD & LANDE VOORZITTER LUDEN 70 JAAR
Monday, January 02, 2012


Posted by Picasa
70e Verjaardag Emil Luden

# posted by gooilander @ 5:40 AM 0 comments
Thursday, August 12, 2010


Posted by Picasa Voorhoede erfgooiersruiters 14-11-1933

# posted by gooilander @ 3:55 AM 0 comments


Posted by Picasa Muziekkorps van de Hilversumse politie

# posted by gooilander @ 3:50 AM 0 comments


Posted by Picasa Voorzitter Luden in open landauer getrokken door twee paarden

# posted by gooilander @ 3:49 AM 0 comments


Posted by Picasa Achterhoede erfgooiersruiters 14-11-1933

# posted by gooilander @ 3:47 AM 0 comments
Thursday, May 12, 2005

VOORZITTER LUDEN
_________________________________
VERJAARDAG VOORZITTER E. LUDEN

Op 14 november 1933 was de 70e verjaardag van Emiel Luden, voorzitter van Stad en Lande van Gooiland. Deze verjaardag werd groots gevierd door de erfgooiers. Van deze gebeurtenis bestaat een filmopname met geluid. Ook zijn er twee foto albums In het 'Stad & Lande archief' waarin veel opnamen van deze gelegenheid staan. Mogelijk stammen sommige foto's uit de filmopname.
-------------------------
Archief Stad & Lande: 'Groot dik fotoalbum'

01) 14.11.1933 70e verjaardag van Emil Luden, voorzitter van 'Stad & Lande van Gooiland'. Bij het St. Janskerkhof opgewacht door 110 erfgooiers ruiters en het muziekkorps van de Hilversumse politie 'Excelsior'. De stoet vertrok met het muziekkorps voorop.

02) 14.11.1933. 70e verjaardag van Emil Luden. De ruiterstoet onderweg. Voorop vier bereden marechaussees met kolbak op het hoofd en daar achter in formatie van vier ruiters zestig man onder commando van Lammert Raven uit Blaricum.

03) 14.11.1933. 70e verjaardag van E. Luden. Achter het zestigtal ruiters reed de open landauer met Luden, gevolgd door weer een veertigtal ruiters.

04) 14.11.1933. 70e verjaardag van E. Luden. Luden samen met de plaatsvervangende voorzitter J.J. Klarenbeek in een open landauer getrokken door twee paarden.

05) 14.11.1933. 70e verjaardag van E. Luden. De jarige voorzitter van 'Stad & Lande' omringd door erfgooiers in Hamdorff te Laren.

06) 14.11.1933. 70e verjaardag van E. Luden. Luden en genodigden in Hamdorf te Laren. Optreden van Anna de Jong als Pieternel en Kees Bitter als Thomasvaer. Beide Laarders in Gooise klederdracht hebben samen een lange samenspraak op rijm gehouden. Deze bestond uit 26 'coupletten'. (Deze samenspraak heb ik op schrift)
-------------------------------------
Stad en Lande archief: 'Foto album met zwarte kaft'
(formaat ca. 30 X 36 cm) Volgorde nummers van album aangehouden.

31) Foto serie op blz. 31 t/m 42 gemaakt ter gelegenheid van de feestelijke viering van de 70e erjaardag van de voorzitter Emil Luden op 14 november 1933. Zie o.a. Stad en Lande nr. 34 en

35, met als onderschrift:
"Op 14 novemver 1933 vormden erfgooiers op ongezadelde paarden een stoet van ruim honderd ruiters, hier in de bocht St. Jansstraat / Hilversumse weg, op weg naar Hamdorff (Laren) voor de huldiging van voorzitter Luden ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag". blz. 31: Muziekkorps op de voorgrond, daar achter open koets, gevolgd door de voorste ruiters.

32) 14.11.1933 70e verjaardag van Emil Luden, voorzitter van 'Stad & Lande van Gooiland'. Vertrek vanaf het St. Janskerkhof, waar hij werd opgewacht door 110 erfgooiers ruiters en het muziekkorps van de Hilversumse politie 'Excelsior'. De stoet vertrok met het muziekkorps voorop. ---- De ruiterstoet onderweg. Voorop vier bereden marechaussees met kolbak op het hoofd en daar achter in formatie van vier ruiters zestig man onder commando van Lammert Raven uit Blaricum. [zie Stad & Lande nr. 34]

33) 70e verjaardag E. Luden. Detailfoto: 'Erfgooiers te paard'.

34) 14.11.1933. 70e verjaardag van E. Luden. Achter het zestigtal ruiters reed de open landauer met Luden, gevolgd door weer een veertigtal ruiters. [In open caleche (rijtuig)]

35) 14.11.1933. 70e verjaardag van E. Luden. Luden samen met de plaatsvervangende voorzitter J.J. Klarenbeek in een open landauer getrokken door twee paarden. Vertrek vanaf het St. Janskerkhof.

36) 14.11.1933. 70e verjaardag van E. Luden. Luden samen met de plaatsvervangende voorzitter J.J. Klarenbeek in een open landauer getrokken door twee paarden. Vertrek vanaf het St. Janskerkhof.

37) 14.11.1933. 70e verjaardag van E. Luden. Luden samen met de plaatsvervangende voorzitter J.J. Klarenbeek in een open landauer getrokken door twee paarden. Vertrek vanaf het St. Janskerkhof.

3 14.11.1933. 70e verjaardag van E. Luden. De jarige voorzitter van 'Stad & Lande' en J.J. Klarenbeek omringd door mensenmassa voor Hamdorff te Laren. Achter het publiek staan erfgooiers te paard.

39) 14.11.1933. 70e verjaardag van E. Luden. De jarige voorzitter van 'Stad & Lande' en J.J. Klarenbeek omringd door mensenmassa voor Hamdorff te Laren. Achter het publiek staan erfgooiers te paard. Foto als nr. 38 met verschil: 'Begroeting met HOERA geroep - het publiek zwaait met hoeden en petten. Ook achter het publiek te paard zittende erfgooiers zwaaien met hun hoofddeksels. [Op de film is dit hoera-geroep goed te horen]

40) 14.11.1933. 70e verjaardag van E. Luden. De jarige voorzitter van 'Stad & Lande' omringd door erfgooiers in Hamdorff te Laren. Groepsfoto van erfgooiers met in hun midden E. Luden - het bestuur (en anderen) zowel mannen als vrouwen in Gooise en Huizer klederdracht. [zie Stad & Lande' nr. 35, met onderschrift: "De jarige Luden omringd door erfgooiers in een van de zaklen van Hamdorff, 14 november 1933".]

41) 14.11.1933. 70e verjaardag van E. Luden. Luden en genodigden in Hamdorf te Laren. Optreden van Anna de Jong als Pieternel en Kees Bitter als Thomasvaer. Beide Laarders in Gooise klederdracht hebben samen een lange samenspraak op rijm gehouden. Deze bestond uit 26 'coupletten'. (Deze samenspraak heb ik op schrift)

42) 14.11.1933. 70e verjaardag van E. Luden. Ten voete uit: J. ter Haar en mr. P.J. Reijmen in geklede jas en met bolhoed op het hoofd.

44) 3 14.11.1933. 70e verjaardag van E. Luden. De jarige voorzitter van 'Stad & Lande' wordt gefeliciteerd door de oudste meentbeambte M. Raven. Naast Raven staat een andere erfgooier, beiden zijn in Gooise klederdracht en dragen een oranje sjerp.
___________________________
stad-lande-voorzitter-luden.blogspot.com
____________________________
F.J.J. DE GOOIJER
http://gooijer.nl.jouwpagina.nl

________________________________________
http://weblogfotoboek.50plusser.nl/?wbid=1641 ERFGOOIERS
# posted by gooilander @ 11:09 AM 4 comments
This page is powered by Blogger. Isn't yours?

About Me
My Photo
Name: gooilander
Location: Naarden, Gooiland, Netherlands
View my complete profile

Links
Google News
Edit-Me
Edit-Me
archives
May 2005
August 2010
January 2012
  Foto en reacties bekijken


Gooilander08 nov 2013 12:56

ERFGOOIERS VERGADERING IN DE GROTE KERK TE NAARDEN (1930)

woensdag 2 oktober 2013


Algemeene Vergadering Stad en Lande van
Gooiland in de Groote Kerk van Naarden op
20 september 1930

Het Gooische Natuurreservaat
1359 stemmen voor, 1 stem tegen verkoop met kapitaalsuitkeering
Hulde aan het bestuur

Niet minder dan 1359 erfgooiers waren Zaterdagmiddag uit de zes Gooische gemeenten opgetrokken naar de oude historische Groote Kerk te Naarden om hun stem uit te brengen voor het voorstel van het bestuur tot verkoop van grond aan de bekende combinatie onder voorwaarde, dat de minister tot wijziging der erfgooierswet 1912 zal overgaan, waardoor kaptaalsuitkeering zal mogelijk worden.

Daarna kwam aan de orde het voorstel van het bestuur tot verkoop van ca. 1526 H.A. heidegrond aan de provincie Noord-Holland, de gemeente Amsterdam, Naarden, Blaricum, Hilversum, Huizen en Laren, gezamenlijk voor f 2.000.000.- , onder voorwaarde, dat de hier bedoelde terreinen te eeuwigen dage ongeschonden als natuurreservaat behouden moeten blijven.

Wanneer ge straks uw stem voor dezen verkoop zult geven, dan zult ge allen een belangrijk offer hebben gebracht met betrekking tot de prijs, doch het is een offer, dat wij gaarne brengen, gezien het groote algemeene belang.

Uit : De Laarder Bel - 23 september 1930
_________________________________________
Opmerkingen:

-- In de villawijk Het Spiegel Kosste de grond in 1872/74 nog maar 25 cent per centiare en in 1881 al f 2.- per centiare ( Gooischew Villaparken - 1874-1940 - p 25 )
-- In 1930 verkocht Stad en Lande van Gooiland de centraal gelegen grond voor 12 cent met centiare.
_________________________________________
Afbeeldingen:
De foto's zijn genomen tijdens de Algemene Vergadering in de Grote Kerk te Naarden op 26-04-1930

_____________________________________
F.J.J. de Gooijer
Geplaatst door Frans de Gooijer op 03:49
Dit e-mailen
Dit bloggen!
Delen op Twitter
Delen op Facebook
Geen opmerkingen:
Een reactie plaatsen

Startpagina
Abonneren op: Reacties plaatsen (Atom)
Blogarchief

2013 (1)
oktober (1)
Algemeene Vergadering Stad en Lande van Gooiland i...
Over mij

Frans de Gooijer
Mijn volledige profiel weergeven
Sjabloon Simple. Mogelijk gemaakt door Blogger.
  Foto en reacties bekijken


Gooilander08 nov 2013 12:53
EZELS, MELKSTERS EN MELKERS OP DE OOSTERMEENT



Omstrreeks 1870 was het gewoonte, dat vrouwen of meisjes van de boerderijen de koeien gingen melken op de Meent . In die tijd was de Meent een groot stuk weiland, zodat de koeien, die voorheen aan een Huizer boer behoorden en door verkoop aan Laarder of Blaricummer erfgooiers werden overgedaan, altijd bij de Huizer schaar nabij de haven teruggevonden werden, rond melktijd.

Ook omdat de gemeenschappelijke weiden zo uitgestrekt waren, hadden de boeren geen tijd om de koeien te gaan melken, zodat dit dus vrouwenwerk was, evenals varkens en kippen voeren.

De boer zat intussen ook niet stil en deed dan zijn werk op de Eng. Hij had daar een mooi uitzicht tot in Laren toe, want op de Eng stond toen slechts een enkel bosje.

In de winter dorste de boer het koren.

De vrouwen gingen met ezels , die in Amsterdam gehuurd werden van stalhouderij Roding voor f 10.- per jaar gezamenlijk de koeien melken om dan ook weer tegelijk terug te komen van de Meent.

Op doktersadvies werd in Amsterdam veel ezelinnenmelk gebruikt. Daarom waren daar veel ezels, die zodra ze geen melk meer hadden door de stalhouder o.a. naar Blaricum werden verhuurd. Een ezel is evenals een geit en een schaap een gemakkelijk dier en stelt geen eisen aan zijn eten.

Bij Crelis van de Brink aan het Oosterend kon voor een ezel die een veulen kreeg een ruilezel worden gehaald. Dit adres was de dependance van de Amsterdamse stalhouderij. Van de Larense ezels is bekend, dat deze een pauze hielden bij de ontmoeting van Melkweg, Verbindingsweg en Eemnesserweg.

Niet alle boeren konden melken.

In latere tijden kwamen er twee melkers uit Laren, die ’s nachts om 2 uur door Blaricum kwamen, zo’n 60 koeien molken. Tegen 7 uur waren ze dan met de melk in Laren, waar zij deze in tonnen bij de diverse boeren afleverden. Deze tonnen werden dan weer voor de middag schoongemaakt opgehaald om na het eten werr hetzelfde werk te doen. Ze waren dan ’s avonds om 6 uur, half zeven terug.

De prijs bedroeg 5 cent per koe per dag en ze molken zo’n 60 koeien.

Iedere Woensdag was er in Hilversum botermarkt bij Jan de Jong op de Groest, eigenaar bvan een stalhouderij met 60 paarden, herbergier en marktmeester.

Tegen de eeuwwisseling kwamen de honden- en de hitteknarren in gebruik, om naar de Meent te gaan. Het melken door de vrouwen is geleidelijk aan overgenomen door de mannen, terwijl de machine het nu alweer voor een groot deel van de boeren overneemt.



J.C. Geervliet



(Hei en Wei 1973 afl. 10)

_______________________________

Afbeeldingen:

1. Tekening Eppo Doeve
2. Melktonnen op ezelsjuk (Goois Museum)
________________________________



F.J.J. de Gooijer



Startpagina: http://gooijer.nl.jouwpagina.nl
  Foto en reacties bekijken


Gooilander08 nov 2013 12:50
Gooise Waranden
Het plakkaat van Hooft schoot de Gooise bewoners in het verkeerde keelgat. In de zogenaamde Gouden Eeuw hadden de machthebbers geen enkel sociaal gevoel. Wie voor een duit geboren was mocht voor deze uitbuiters zijn leven geven als soldaat of VOC schepeling. Logisch dat de machteloze plattelandsbevolking niet veel beter werd behandeld.Hooft had ter handhaving van de plezierjacht op de Warande Rijsbergen een duinhuis laten bouwen. Twee jachtopzieners , zogenaamde duinmeiers, waren aldaar aanwezig om toezicht te houden. Inmiddels was in de directe omgeving de nood hoog gestegen. Na enkele botsingen tussen duinmeiers en individuele Gooiers , kwamen de laatste openlijk in verzet.

Overval op Duinhuis
In de nacht van 3 maart op 4 maart werd het Duinhuis met daarin twee duinmeiers door Erfgooiers overvallen. De groep bestond uit 25 man. Ze waren niet alleen bewapend met pieken. Er waren erbij met jachtroeren schietklaar met brandende lonten. De duinmeiers, Bastiaen Cornelissen en Jan Gerritsen, werden met de dood bedreigd als het Duinhuis niet geopend werd. De schuiframen werden met geweld opengeslagen waar na men met pieken naar binnen stak. Het dak werd met stokken en stenen bewerkt en op allerlei manieren belaagden men de kansloze jachtopzieners. Ze dreigden hen te doden wanneer zij niet naar buiten kwamen. Hun leven zou gespaard worden indien zij vrijwillig naar buiten zouden komen. De arme drommels ontvluchtten het Duinhuis, maar tegen de belofte in stak men met pieken op hen in. Om het vege lijf te redden moesten zij zich weer in het huis terugtrekken. Weer werden er beloften gedaan en uiteindelijk konden de duinmeiers ontkomen, met hun bed en andere eigendommen. De aanvallers hadden zich inmiddels, om niet herkend te worden, verstopt achter een dijkje. De Duinmeiers brachten hun eigendommen in veiligheid in het dorp Huizen. Direct gingen zij terug om hun netten en fretten op te halen, de meeste goederen bleken nog aanwezig te zijn. Ze brachten de nacht door in het dorp Huizen en in de ochtend keerden ze terug naar het Duinhuis en ontdekten dat er in de nacht brand was gesticht.

Verhoor Duinmeiers
Op 14 maart werden de duinmeiers aan een verhoor onderworpen en gevraagd naar de namen van de aanvallers. Hun verklaring werd opgetekend door de Amsterdamse notaris Jan Fransz Bruijningh. Bastiaen Cornelisse verklaarde dat hij sinds kort in de omgeving woonde. Gijsberth Pietersen zei wijselijk dat hij in het donker niemand had herkend, vooral omdat de booswichten zich achter een dijkje verstopt hadden. Wel sprak hij het vermoeden uit dat hij aan de spraak een zekere Elbert had herkend.Deze man, buurmeester van Huizen, bleek na de nachtelijke overval een gat in zijn hoofd te hebben. Waarschijnlijk getroffen door dakpannen die men van het dak had af gestoten. Het signalement van Elbert luidde: Een veertiger, klein van stuk met een smal gezicht en bruine haren. Hij woonde schuin tegenover de herbergier Lambert van Asten. Volgens Gijsberth had een tweede buurmeester hem op zondag 4 maart gewaarschuwd het Duinhuis te verlaten, hem was ter ore gekomen dat dorpelingen het wilden afbreken. Gijsberth voelde zich die maandag 5 maart blijkbaar veiliger in Eemnes. Daar hij vernam hij dat het Duinhuis in de brand was gestoken. Toen hij polshoogte nam bleek alles te zijn afgebrand.

Konijnen van Oranje
De Staten van Holland gaven op 18 januari 1675 de jacht in Gooiland aan stadhouder Willem III. Voor de Erfgooiers was het nu onmogelijk geworden om hun oogst tegen het schadelijk wild te beschermen. Na het overlijden van de koning/stadhouder ging het jachtrecht over op stadhouder Willem IV en vervolgens in 1751 op zijn weduwe Anna van Hannover. Zij was de dochter van de Britse koning George II. In het jaar 1753 dreigde de oogst in ’t Gooi door de konijnenplaag te mislukken. Tijdens een erfgooiersvergadering viel het volgende besluit:
"Alzoo Mevrouw de prinses van Oranje thans op Soestdijk was, wierd voorgestelt hare Koninklijke Hoogheid request te presenteren op klagten door de ingezetenen gedaan, wegens de schade door de konijnen en kraaijen aan het koorn en hout gedaan wierden, waartoe een parig besloten wierd".

Er werd een onderdanig smeekschrift naar de regentes gestuurd.
"Request van burgemeesters en regeerders der Stad Naarden aan Hare Koninklijke Hoogheid de prinses douairière van Orange en Nassau,kroonprinses van Groot Britannien, Gouvernante der Verenigde Nederlandennamens de bouwlieden van Naarden en Lage Bussum, houdende verzoek totvermindering van konijnen teneinde volkomen ruinering van de bouwlanden tevoorkomen".
Het is niet duidelijk of het verzoek is uithaalde. De konijnenplagen bleven de akkers teisteren.

Harmen Vos schoot een haas
De Gooise burgemeesters hadden de jacht, zonder overleg met de Erfgooiers, overgedragen aan de Oranjes.Tijdens beroeringen tussen Prinsgezinden en Patriotten plaatste een zekere Jan de Gooijer een opmerking in ’De Politieke Kruyer’ van november 1783. In het patriottische blad protesteerde hij tegen het feit, dat de Erfgooiers niet het recht hadden op hun eigen grond te jagen. Stad en Lande diende in 1788 wederom tevergeefs een rekest in om in het aloude jachtrecht te worden hersteld. Pas in 1795, onder invloed van de democratische omwenteling, werd Stad en Lande door de Vergadering van de Provisionele Representanten in haar oude recht hersteld. De regering van de Bataafse Republiek ontnam een jaar later het jachtrecht weer.
De kwestie werd in 1898 nogmaals actueel, nadat de Erfgooier en beroepsjager Harmen Vos een haas schoot op erfgooiers grond. De jacht was echter verpacht aan Koningin Moeder Emma. De actie van H. Vos leidde uiteindelijk tot de Erfgooierswet van 1912.

---------------------------------------------- --------------------
Bronnen:
-- Acte notaris Jan Fransz Bruijning :Gem. Oud Archief Amsterdam, Notarieel Archief no 200/70 , fol. 26r - 27v (blauw fol. 158r-159v)
-- Archief Stad en Lande van Gooiland (inventaris tot 2006) : Rubriek 14: Jacht en Visserij
-- Gecomb. Gooische Bladen 28 mei 1942 - Larense toestanden in vroeger tijden - door Mr. Aafke Meilink.


-- De Koninklijke Bibliotheek heeft de Politieke Kruyer signatuur 947 f 4 . We hebben het boek bekeken en op pagina 587-596 gaat het over het Jachtrecht. Het onderwerp is: Briev van Willem Slegt, over den overlast van ‘t gof wild en klein wild in de Provincie Utrecht, en de onbetamelijke handelswijze van zommige Wildjagers en over het Jagt-reglement.

______________________________________________ _______
F.J.J. de Gooijer
http://gooijer.netfirms.com/
http://gooijer.nl.jouwpagina.nl/
  Foto en reacties bekijken


Gooilander08 nov 2013 12:37
Op de hooggelegen Oostermeent hield een droge sloot het vee niet binnen.het weidegebied. Prikkeldraad ontbrak tot aan het begin van de twintigste eeuw. Een koedijk, bestaande uit opgestapelde graszoden, vormde een goedkope omheining. Aan de binnenzijde van de rechte ‘’muur’’ was een smalle greppel. Koeien konden hierdoor niet vlak langs deze muur lopen en al schurende schade toe brengen.

---------------------------------------------- -

HUIZER KOEDIJK NIET VAN GISTER

‘’Het schot en lot’’ van Erfgooiers
Huizen en Blaricum bang voor koeien.

Onder de Huizer Koedijk verstaat men den opgehoogden rand langs het Harde, die op de grens van Meent en dorp langs Huizen en Blaricum loopt.
Benoorden de Huizer dorpskern langs Wolfskamer en Magdalenabosch is deze van zoden opgetrokken dijk met een greppel aan de voet duidelijk te zien. Langs de oostkant der bebouwde Huizer kom is hij bijna uitgesleten, om ten zuiden van die kom langs de steenfabriek Rijsbergen en verder naar Blaricum weer duidelijk aan de dag te treden. Hier gaat de Koedijk als een Chineeschen muur in klein formaat het heuvelachtige terrein op en neer, volgend langs de houtrand verder naar het Blaricumsche hek.

Waarom diende deze dijk? Hadden de beide dorpen last van water? De Kroniek van Lustigh geeft hierop antwoord en wel door een geheel bijzondere omstandigheid. Hij vermeldt een request van 26 inwoners van Huizen en Blaricum, die aan de ’’Staten van Hollant en Westvrieslant” eind 1705 medewerking verzoeken om de Erfgooiersrechten te verkrijgen. Er is over dat request heel wat te doen geweest en de Buurmeesters der Gooische dorpen moester er namens de Erfgooiers aan de hogere instanties over “ dienen van advies”

- Nu hadden de 26 adressanten in hun request er van gerept, dat zij: “toch ook schot en tot zware ongelden moesten betalen” en daarmee hun recht op de Meent willen aantoonen.
- De buurmeesters antwoordden hierop in hun afwijzend advies: Eerstelijk zoo en kunnen de gezamenlijke Erfmannen van Goyland niet recht denken, wat terzake onze wederpartij door die woorden : schot en lot te kennenwillen geven, tenzij terzake, dat de Erfmannen dachten, dat die partij door dit schot en lot wouden te verstaan geven, dat zij tegenwoordig een slag in de nieuwe dijk te maken hebben en indien zij dit zoo willen verstaan, zoo antwoorden de gezamenlijke Erfmannen van Goyland daarop:
- Hoewel waar is, dat in den jare 1635 bij buurmeesters, schepenen en raden van Laren, Blaricum en Huijzen en bij toestemming van de Erfmannen in de voorzegde dorpen en bij consent en wille van burgemeester en schepenen van de steden Naarden , nadat bij hunlieden oculaire inspectie was genomen, zoo is bij dezelve Erfmannen goedgevonden en geordineerd te leggen en te maken achter de dorpen van Huijzen en Blaricum een nieuwe ringdijk, en dat wel ter oorzake om daarvoor voor te komen, dat ’’de beesten op de meent, niet meer in de voorzegde dorpen zouden komen te loopen, gelijk tevoren de beesten tot groot nadeel van de vruchten, wassende in de voorzegde dorpen, geschiedde en voornamelijk ook, om daardoor voor te komen, dat de Harde meent niet meer zoo wierd verstikt en geruïneerd gelijk daar geschiedde.
- en deze ringdijk gelegd zijnde, zoo is bij de gerechte van Huijzen dezelve dijk achter hun dorp gelegd, uitgedeeld bij slagen (gedeelten) aan haar inwonende Erfmeenthebbers te weten: die de meent jaarlijks met beesten beschaarden een heel en degenen, die ze niet beschaarden, een halve slag. En is dezelve te onder houden alzo geuseerd tot aan 1695 toe, als wanneer Jacob Philipsz buurmeester tot Huijzen, een vreemdeling van afkomst , geen recht tot gebruik der meent hebbende, met binnenin den jare 1695 goedgevonden heeft denzelven ringdijk bij slagen uit te deelen en zetten en de huizen in het dorp Huijzen te weten op de grootste huizen een slag van 29 voeten lengte en op de kleinste huizen een halve slag van 15 voeten, en dat heeft deze buurmeester Jacob Philipsz gedaan om de vreemdelingen , die in het dorp Huijzen woonden, en eigen huizen hadden, door het maken van een ontheffing en vrij te stellen van een schelling (30 cts) aan geld, genaamd metgeld, die anders de vreemdelingen met eigen huizen altijd moesten betalen voor het steken van vort- en putzoden op de harde meent, van welke 6 stuivers te betalen, de vreemdelingen met het invoeren van een slag aan de genoemden ringdijk vrij zijn en zekerlijk profiteeren deze vreemdelingen hierbij, want dit slag aan den voornoemde ringdijk kan men jaarlijks wel gemaakt en onderhouden krijgen voor 4 stuivers.
- Ik hebbe bevonden, dat in oude dagen aan geen een vreemdeling in Rijsbergen een dijk is gegeven geweest,
- En of die partij door dit schot en lot nog wouden te verstaan geven, dat degenen, die huizen hebben op het Huijzereind van het dorp nog een kleinen slag van 15 voeten lang moeten maken tot afschutting van de korenlanden, dat is al voor honderden van jaren op die gemelde huizen en kampjes uitgedeeld geweest, ja eerder voor eenig vreemdeling in het dorp van Huijzen een eigen woning of bouwland had, zodat hetzelve alsmede in hun kraam niet ter passe komt.

_________________________________

Bron:
Gecombineerde Gooische Bladen 25-06-1942
Laarder Bel 30-06-1942

____________________________________

Opmerking:
Tijdens de bezettingsjaren bleven veel kranten nog op redelijk formaat verschijnen. Vooral omdat er veel advertenties werden geplaatst. De krant vullen met echt nieuws was onmogelijk door de censuur. Buiten het verplichte Wehrmachtsbericht was er onvoldoende kopij. Om de krant gevuld te krijgen werden historische stukjes geplaatst.
De bezetter en de NSB gaven de voorkeur aan heemkunde en volkskunde. Bij de bezettingsinstanties was het geen probleem dat daar het schaarse papier aan werd opgeofferd. Het gevolg was, dat na de oorlog historische stukken jarenlang in de ban werden gedaan. Hetzelfde gold voor stamboomonderzoek. De Ariërverklaring was daar de schuld van.

______________________________________________ __

F.J.J. de Gooijer




  Foto en reacties bekijken


Gooilander08 nov 2013 12:35
EMIL LUDEN
Wednesday, April 16, 2008


Borstbeeld van voorzitter Luden
Posted by Picasa

# posted by gooilander @ 6:55 AM 0 comments
Tuesday, November 23, 2004

EMIL LUDEN 1863-1942
Vanaf einde 19e eeuw braken er jarenlange onlusten uit tussen de erfgooiers en de Gooise burgemeesters. Het dieptepunt vond plaats 100 jaar geleden. De burgemeester van Blaricum had ondersteuning gevraagd aan de commandant van Naarden. Een van zijn soldaten schoot in mei 1903 een jonge erfgooier dood. De onlusten eindigden pas na het aannemen van de Erfgooiers Wet van 1912.
Een zeer belangrijke rol speelde daarna de generaal (buiten dienst) Emil Luden. Met strakke hand leidde hij als voorzitter de “Vereniging Stad en Lande van Gooiland”. In 1933 werd groots zijn 70e verjaardag gevierd. Hij werd ingehaald met een koets en omringd door 100 erfgooiers “op het losse paard” . De gehele landelijke pers besteedde aandacht aan deze gebeurtenis. Verschillende kranten noemden Luden zelfs de Koning van Gooiland. In 1942 overleed Luden en men gaf opdracht een borstbeeld van hem te vervaardigen. Het geheel, met een grote sokkel, had ereplaats in het Gemmenlandshuis.
______________________________

VERJAARDAG VOORZITTER E. LUDEN
Op 14 november 1933 was de 70e verjaardag van Emiel Luden, voorzitter van Stad
en Lande van Gooiland. Deze verjaardag werd groots gevierd door de erfgooiers.
Van deze gebeurtenis bestaat een filmopname met geluid. Ook zijn er twee foto
albums In het 'Stad & Lande archief' waarin veel opnamen van deze gelegenheid
staan. Mogelijk stammen sommige foto's uit de filmopname.
-------------------------
Archief Stad & Lande: 'Groot dik fotoalbum'

01) 14.11.1933 70e verjaardag van Emil Luden, voorzitter van 'Stad & Lande van
Gooiland'. Bij het St. Janskerkhof opgewacht door 110 erfgooiers ruiters en het
muziekkorps van de Hilversumse politie 'Excelsior'. De stoet vertrok met het
muziekkorps voorop.

02) 14.11.1933. 70e verjaardag van Emil Luden. De ruiterstoet onderweg. Voorop
vier bereden marechaussees met kolbak op het hoofd en daar achter in formatie
van vier ruiters zestig man onder commando van Lammert Raven uit Blaricum.

03) 14.11.1933. 70e verjaardag van E. Luden. Achter het zestigtal ruiters reed
open landauer met Luden, gevolgd door weer een veertigtal ruiters.

04) 14.11.1933. 70e verjaardag van E. Luden. Luden samen met de
plaatsvervangende voorzitter J.J. Klarenbeek in een open landauer getrokken
door twee paarden.

05) 14.11.1933. 70e verjaardag van E. Luden. De jarige voorzitter van 'Stad &
Lande' omringd door erfgooiers in Hamdorff te Laren.

06) 14.11.1933. 70e verjaardag van E. Luden. Luden en genodigden in Hamdorf te
Laren. Optreden van Anna de Jong als Pieternel en Kees Bitter als Thomasvaer.
Beide Laarders in Gooise klederdracht hebben samen een lange samenspraak op
rijm gehouden. Deze bestond uit 26 'coupletten'.
(Deze samenspraak heb ik op schrift)
-------------------------------------
Stad en Lande archief: 'Foto album met zwarte kaft'
(formaat ca. 30 X 36 cm) Volgorde nummers van album aangehouden.

31) Foto serie op blz. 31 t/m 42 gemaakt ter gelegenheid van de feestelijke
viering van de 70e erjaardag van de voorzitter Emil Luden op 14 november 1933.
Zie o.a. Stad en Lande nr. 34 en 35, met als onderschrift:
"Op 14 novemver 1933 vormden erfgooiers op ongezadelde paarden een stoet van
ruim honderd ruiters, hier in de bocht St. Jansstraat / Hilversumse weg, op weg
naar Hamdorff (Laren) voor de huldiging van voorzitter Luden ter gelegenheid van
zijn zeventigste verjaardag". blz. 31: Muziekkorps op de voorgrond, daar achter
open koets, gevolgd door de voorste ruiters.

32) 14.11.1933 70e verjaardag van Emil Luden, voorzitter van 'Stad & Lande van
Gooiland'. Vertrek vanaf het St. Janskerkhof, waar hij werd opgewacht door 110
erfgooiers ruiters en het muziekkorps van de Hilversumse politie 'Excelsior'. De
stoet vertrok met het muziekkorps voorop. ---- De ruiterstoet onderweg. Voorop
vier bereden marechaussees met kolbak op het hoofd en daar achter in formatie
van vier ruiters zestig man onder commando van Lammert Raven uit Blaricum.
[zie Stad & Lande nr. 34]

33) 70e verjaardag E. Luden. Detailfoto: 'Erfgooiers te paard'.

34) 14.11.1933. 70e verjaardag van E. Luden. Achter het zestigtal ruiters reed
de open landauer met Luden, gevolgd door weer een veertigtal ruiters. [In open
caleche (rijtuig)]

35) 14.11.1933. 70e verjaardag van E. Luden. Luden samen met de
plaatsvervangende voorzitter J.J. Klarenbeek in een open landauer getrokken
door twee paarden. Vertrek vanaf het St. Janskerkhof.

36) 14.11.1933. 70e verjaardag van E. Luden. Luden samen met de
plaatsvervangende voorzitter J.J. Klarenbeek in een open landauer getrokken
door twee paarden. Vertrek vanaf het St. Janskerkhof.

37) 14.11.1933. 70e verjaardag van E. Luden. Luden samen met de
plaatsvervangende voorzitter J.J. Klarenbeek in een open landauer getrokken door
twee paarden. Vertrek vanaf het St. Janskerkhof.

3 14.11.1933. 70e verjaardag van E. Luden. De jarige voorzitter van 'Stad &
Lande' en J.J. Klarenbeek omringd door mensenmassa voor Hamdorff te Laren.
Achter het publiek staan erfgooiers te paard.

39) 14.11.1933. 70e verjaardag van E. Luden. De jarige voorzitter van 'Stad &
Lande' en J.J. Klarenbeek omringd door mensenmassa voor Hamdorff te Laren.
Achter het publiek staan erfgooiers te paard. Foto als nr. 38 met verschil:
'Begroeting met HOERA geroep - het publiek zwaait met hoeden en petten. Ook
achter het publiek te paard zittende erfgooiers zwaaien met hun hoofddeksels.
[Op de film is dit hoera-geroep goed te horen]

40) 14.11.1933. 70e verjaardag van E. Luden. De jarige voorzitter van 'Stad &
Lande' omringd door erfgooiers in Hamdorff te Laren. Groepsfoto van erfgooiers
met in hun midden E. Luden - het bestuur (en anderen) zowel mannen als vrouwen
in Gooise en Huizer klederdracht. [zie Stad & Lande' nr. 35, met onderschrift:
"De jarige Luden omringd door erfgooiers in een van de zaklen van Hamdorff, 14
november 1933".]

41) 14.11.1933. 70e verjaardag van E. Luden. Luden en genodigden in Hamdorf te
Laren. Optreden van Anna de Jong als Pieternel en Kees Bitter als Thomasvaer.
Beide Laarders in Gooise klederdracht hebben samen een lange samenspraak op
rijm gehouden. Deze bestond uit 26 'coupletten'.
(Deze samenspraak heb ik op schrift)

42) 14.11.1933. 70e verjaardag van E. Luden. Ten voete uit: J. ter Haar en mr.
P.J. Reijmen in geklede jas en met bolhoed op het hoofd.

44) 3 14.11.1933. 70e verjaardag van E. Luden. De jarige voorzitter van 'Stad
& Lande' wordt gefeliciteerd door de oudste meentbeambte M. Raven. Naast
Raven staat een andere erfgooier, beiden zijn in Gooise klederdracht en dragen
een oranje sjerp.
___________________________
stad-lande-voorzitter-luden.blogspot.com
____________________________
F.J.J. DE GOOIJER
http://gooijer.nl.jouwpagina.nl

http://gooiland.vijftigplusser.nl

________________________________________
Labels: Gooise geschiedenis


# posted by gooilander @ 5:19 AM 4 comments
This page is powered by Blogger. Isn't yours?

About Me
My Photo
Name: gooilander
Location: Naarden, Gooiland, Netherlands
View my complete profile

  Foto en reacties bekijken


Gooilander08 nov 2013 12:31
Jo Spier

Van 1930 af begon Jo Spier steeds meer, zoals hij het zelf noemde, 'cartoonist' te worden. Voor een deel kwam hij daartoe doordat de technische verbeteringen bij de persfotografie - de kleinbeeldcamera en het sneller ontwikkelen en clicheren van fotomateriaal - het reportagetekenen minder nodig maakten, maar in hoofdzaak was het toch te danken aan Spiers eigen vindingrijkheid en plezier in zijn vak. Naar het voorbeeld van Punch en The New Yorker maakte hij de enkelvoudige getekende mop met onderschrift, maar ook ging hij, op originelere wijze, over tot de publikatie van een soort beeldenserie, voorzien van geestige teksten in zijn markante handschrift. In zo'n beeldverhaal werden meestal treffende toestanden en opvattingen uit het dagelijkse leven van Nederlanders op milde wijze op de hak genomen.


Overgenomen van:

Instituut voor Nederlandse Geschiedenis

SPIER, Joseph Eduard Adolf (1900-197

Spier, Joseph Eduard Adolf, tekenaar en illustrator
(Zutphen)

---------------------------------------------- ---------


Cartoons over de Erfgooiers

Jo Spier tekende in de jaren dertig ook cartoons over de Erfgooiers. In die periode werd er in de nieuwsbladen veel geschreven over de Vereniging Stad en Lande van Gooiland en de stichting van het Gooisch Natuurreservaat. Het had te maken met de verkoop van de Erfgooiersheide aan het te stichten natuurreservaat. Natuurliefhebbers waren bang dat Amsterdam midden op de heide Gooistad wilde bouwen. De Plannen lagen al gereed. (zie mijn weblog Amsterdamse Gooistad)

1. Erfgooiers op weg naar Vesting Naarden. (cartoon Jo Spier)

De Erfgooiers dachten met de verkoop van de erfgooiersheide het schip met geld binnen te halen. Bij de verkoop aan het Gooisch Natuurreservaat werd 12 cent per vierkante meter betaald. Ook in je jaren dertig een belachelijk laag bedrag.

2. Vergadering ‘Stad en Lande van Gooiland’ in de Grote Kerk van Naarden. (cartoon Jo Spier)
De zwijgende meerderheid liet zich knollen voor citroenen verkopen. Wie zwijgt stemt toe.

3. Erfgooiers door de eeuwen heen, van 35 jaar voor Christus tot 1935. (cartoon Jo Spier)
Het bestaan van de Gooise bevolking werd voor het eerst opgetekend in 968.
Jo Spier laat zien hoe de Erfgooiers jaarlijks hun vergadering bijwoonden. Alleen de kleding wisselde.

4. Twee typische Gooise dorpelingen uit de jaren dertig. (cartoon Jo Spier)

------------------------------------

http://gooijer.netfirms.com


http://gooijer.nl.jouwpagina.nl
  Foto en reacties bekijken

Pagina  1 2  3  4  5  6  7